Article 2
in forceDefinitions and scope of application
By regulation of Our Minister, further rules may be established regarding what is understood by the director and major shareholder (directeur-grootaandeelhouder).
The following shall be equated with a pension agreement:
the legal relationship arising from the employment relationship between an employer and an employee with respect to pension in the event of participation in an industry-wide pension fund on the basis of a compulsory membership; and
the legal relationship arising from the employment relationship between a public sector employer and a public sector employee as referred to in the ABP Privatisation Act (Wet privatisering ABP) with regard to pension pursuant to the agreement referred to in Articles 4 and 5 of that Act.
By regulation of Our Minister, a category of persons, not being employees, who work in an employment relationship under which personal labor is performed for remuneration, may be designated to be assimilated with employees for the purposes of this Act and the provisions based thereon.
A monetary benefit for a former employee provided by way of income provision for old age in connection with early retirement is not a pension within the meaning of this Act, if that benefit:
ends at the latest on the date on which the right to an old-age pension arises according to the General Old Age Pensions Act (Algemene Ouderdomswet), upon reaching the pensionable age for the lifelong old-age pension or upon earlier death, and which is based on an agreement that only grants a right to a benefit to those who have reached a certain age during the term of the scheme, which term shall not exceed five years; or
based on the Framework Act on Voluntary Early Retirement for Government Employees (Wet kaderregeling Vut overheidspersoneel).
A monetary payment to a former employee by way of an income provision for old age is not a pension within the meaning of this Act when such payment is based on a scheme:
which leads to benefits from a certain age for employees who perform work that has been designated by the employer as substantially burdensome;
which leads to a benefit that ends at the latest on the date on which the right to an old-age pension arises under the General Old Age Act (Algemene Ouderdomswet), upon reaching the pensionable age for the old-age pension or upon earlier death; and
designated by regulation of Our Minister.
A benefit for a person with conscientious objections as referred to in Article 64, paragraph 1, subparagraph a, of the Social Insurance Funding Act (Wet financiering sociale verzekeringen) is not a pension within the meaning of this Act.
By administrative regulation, rules may be established on the basis of which supplements to a wage supplement benefit or a follow-up benefit as referred to in Article 60, paragraph 1, of the Work and Income (Capacity for Work) Act, which are not an incapacity for work pension as referred to in Article 1, shall be designated as an incapacity for work pension as referred to in that Article.
The proposal for an order in council to be established pursuant to the seventh paragraph shall not be made until four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States General.
Where this Act refers to Dutch social and labour legislation, this shall in any event concern Articles 1, 2, 2a, 4, 7 to 29 inclusive, 31, 35 to 53 inclusive, 55 to 95 inclusive, 97 and 98 of this Act.
A net annuity (nettolijfrente) as referred to in Article 5.16, second paragraph, of the Income Tax Act 2001 (Wet inkomstenbelasting 2001) is not a pension within the meaning of this Act.
For the purposes of Articles 63c, 103, paragraphs 1 and 2, 137, paragraph 3, subparagraph a, 148a, 149 and 150, subparagraph b, insofar as it concerns insuring with an insurer, insurer shall also include a reinsurer as referred to in Article 1:1 of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht).
A pension agreement shall also be understood to include that which has been agreed between an employer and a former employee, another person entitled to a claim, or a pension beneficiary concerning pension.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over hetgeen onder de directeur-grootaandeelhouder wordt verstaan.
Met een pensioenovereenkomst wordt gelijkgesteld:
de uit de dienstbetrekking voortvloeiende rechtsbetrekking tussen een werkgever en een werknemer met betrekking tot pensioen in geval van deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds op basis van een verplichtstelling; en
de uit de dienstbetrekking voortvloeiende rechtsbetrekking tussen een overheidswerkgever en een overheidswerknemer als bedoeld in de Wet privatisering ABP met betrekking tot pensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4 en 5 van die wet.
Bij regeling van Onze Minister kan een categorie van personen, niet zijnde werknemers, die werkt in een arbeidsverhouding waarbij tegen beloning persoonlijke arbeid wordt verricht, worden aangewezen die voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met werknemers.
Een geldelijke uitkering voor een gewezen werknemer die wordt gedaan bij wijze van inkomensvoorziening bij ouderdom in verband met vervroegde uittreding is geen pensioen in de zin van deze wet, indien die uitkering:
uiterlijk eindigt op de datum waarop volgens de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat, bij het bereiken van de pensioenleeftijd voor het levenslange ouderdomspensioen of bij eerder overlijden en die gebaseerd is op een overeenkomst die alleen aanspraak op een uitkering toekent aan degenen die tijdens de looptijd van de regeling, welke ten hoogste vijf jaar bedraagt, een bepaalde leeftijd hebben bereikt; of
gebaseerd is op de Wet kaderregeling Vut overheidspersoneel.
Een geldelijke uitkering voor een gewezen werknemer bij wijze van inkomensvoorziening bij ouderdom is geen pensioen in de zin van deze wet wanneer deze uitkering is gebaseerd op een regeling:
die leidt tot uitkeringen vanaf een bepaalde leeftijd aan werknemers die werkzaamheden verrichten die door de werkgever als substantieel bezwarend zijn aangemerkt;
die leidt tot een uitkering die uiterlijk eindigt op de datum waarop volgens de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat, bij het bereiken van de pensioenleeftijd voor het ouderdomspensioen of bij eerder overlijden; en
die bij regeling van Onze Minister is aangewezen.
Een uitkering voor een gemoedsbezwaarde als bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen is geen pensioen in de zin van deze wet.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aanvullingen op een loonaanvullingsuitkering of een vervolguitkering als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen die geen arbeidsongeschiktheidspensioen zijn als bedoeld in artikel 1 worden aangemerkt als arbeidsongeschiktheidspensioen als bedoeld in dat artikel.
De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Waar in deze wet sprake is van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving betreft dit in ieder geval de artikelen 1, 2, 2a, 4, 7 tot en met 29, 31, 35 tot en met 53, 55 tot en met 95, 97 en 98 van deze wet.
Een nettolijfrente als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is geen pensioen in de zin van deze wet.
Voor de toepassing van de artikelen 63c, 103, eerste en tweede lid, 137, derde lid, onderdeel a, 148a, 149 en 150, onderdeel b, wordt, voor zover het gaat om verzekeren bij een verzekeraar, onder verzekeraar mede verstaan een herverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
Onder pensioenovereenkomst wordt mede verstaan hetgeen tussen een werkgever en een gewezen werknemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde is overeengekomen betreffende pensioen.