Nederlandse wetgeving

Artikel 203

geldend

Van chèques, en van promessen en quitantiën aan toonder · Van het aval

Wetboek van Koophandel — Eerste Boek · Boek 1 Van den koophandel in het algemeen · Titel 7 · Afdeling 3 · Geldig vanaf 1934-07-01

Bron
1.

Het aval wordt op de chèque of op een verlengstuk gesteld.

2.

Het wordt uitgedrukt door de woorden: "goed voor aval", of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.

3.

De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van de chèque, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den trekker.

4.

Het kan ook geschieden bij een afzonderlijk geschrift of bij een brief, vermeldende de plaats, waar het is gegeven.

5.

In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.