Nederlandse wetgeving

Artikel 178

geldend

Van chèques, en van promessen en quitantiën aan toonder · Van de uitgifte en den vorm van de chèque

Wetboek van Koophandel — Eerste Boek · Boek 1 Van den koophandel in het algemeen · Titel 7 · Afdeling 1 · Geldig vanaf 1934-07-01

Bron

De chèque behelst:

1°.

de benaming "chèque", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;

2°.

de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;

3°.

den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene);

4°.

de aanwijzing van de plaats, waar de betaling moet geschieden;

5°.

de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de chèque is getrokken;

6°.

de handteekening van dengene, die de chèque uitgeeft (trekker).