Nederlandse wetgeving

Artikel 72

geldend

Rechtsmiddelen · Regulier

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 7 · Afdeling 2 · Geldig vanaf 2014-01-01

Bron
1.

Deze afdeling is van toepassing indien de afdelingen 3 en 5 van dit hoofdstuk niet van toepassing zijn.

2.

Een beschikking omtrent de afgifte van een visum, waaronder begrepen een machtiging tot voorlopig verblijf, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een beschikking omtrent een verblijfsvergunning regulier gegeven krachtens deze wet.

3.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt met een beschikking tevens gelijkgesteld een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig, waaronder begrepen het niet verlenen van de verblijfsvergunning overeenkomstig artikel 14, tweede lid

4.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt met een beschikking eveneens gelijk gesteld een kennisgeving als bedoeld in artikel 62a, eerste lid of artikel 62b, eerste lid.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-05-07 · ECLI:NL:RVS:2026:2654

Bij brief van 10 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoekers in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met achttien maanden te verlengen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-05-01 · ECLI:NL:RVS:2026:2515

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-04-03 · ECLI:NL:RVS:2026:1873

Bij besluiten van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-01-19 · ECLI:NL:RVS:2026:307

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-01-14 · ECLI:NL:RVS:2026:141

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.663,33. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald.

Uitspraak op rechtspraak.nl