Nederlandse wetgeving

Artikel 106

geldend

Rechtsmiddelen · Bijzondere rechtsmiddelen

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 7 · Afdeling 5 · Geldig vanaf 2020-01-01

Bron
1.

Indien de rechtbank de opheffing van een maatregel strekkende tot vrijheidsontneming of -beperking beveelt, dan wel de vrijheidsontneming of -beperking reeds voor de behandeling van het verzoek om opheffing van die maatregel wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling een vergoeding ten laste van de Staat toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 534 en 536 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Indien de vreemdeling na het indienen van zijn verzoek is overleden, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de opheffing van de maatregel strekkende tot vrijheidsontneming of -beperking beveelt.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-07-06 · ECLI:NL:RVS:2026:3858

Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-07-06 · ECLI:NL:RVS:2026:3857

Bij besluit van 19 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-07-01 · ECLI:NL:RVS:2026:3738

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-05-19 · ECLI:NL:RVS:2026:2806

Bij besluit van 22 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-05-11 · ECLI:NL:RVS:2026:2639

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

Uitspraak op rechtspraak.nl