Nederlandse wetgeving

Artikel 37

geldend

Verblijf · De verblijfsvergunning asiel · § Procedurele bepalingen

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 3 · Afdeling 4 · § 2 · Geldig vanaf 2026-06-12

Bron

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter uitvoering van de Procedureverordening en de Asiel- en migratiebeheerverordening regels gesteld omtrent:

a.

de wijze van indiening en behandeling van een aanvraag;

b.

de procedure voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van de Procedureverordening of de Asiel- en migratiebeheerverordening;

c.

de wijze waarop beschikkingen bij of krachtens deze wet ten aanzien van de vreemdeling gegeven, alsmede de bij of krachtens deze wet voorgeschreven kennisgevingen, mededelingen of berichten aan de vreemdeling of aan andere belanghebbenden worden bekendgemaakt. Daarbij kan worden bepaald, dat de bekendmaking van beschikkingen ook kan geschieden door middel van het toezenden of uitreiken van een document en door het stellen van aantekeningen in een daarbij aan te wijzen document.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2025-11-17 · ECLI:NL:RVS:2025:5543

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Deze uitspraak gaat over de uitleg en toepassing van artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000. Daarin staat dat de minister binnen zes maanden na de ontvangst van een asielaanvraag een besluit moet nemen. Partijen verschillen van mening over het moment waarop de asielaanvraag volgens die bepaling is ontvangen en wanneer de beslistermijn dus aanvangt. Betrokkene stelt dat moet worden uitgegaan van het moment waarop hij zich in persoon heeft gemeld bij de autoriteiten. Daarom moet volgens betrokkene worden uitgegaan van de datum van de zogenoemde loopbrief. Dit is een brief die een vreemdeling van de minister ontvangt op het moment dat die vreemdeling zich voor het eerst heeft gemeld bij een aanmeldcentrum van de IND. De minister stelt daarentegen dat moet worden uitgegaan van het moment waarop een vreemdeling zijn asielaanvraag formeel heeft ingediend met het formulier model M35-H. Deze uitspraak gaat dus over de vraag wanneer de beslistermijn aanvangt. Het antwoord op die vraag is relevant voor het oordeel of, en op welk moment, de minister die termijn heeft overschreden. In zaken zoals deze, waarin het gaat om een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, moet de bestuursrechter dit toetsen.

Uitspraak op rechtspraak.nl