Nederlandse wetgeving

Artikel 22

geldend

Verblijf · De verblijfsvergunning regulier · § De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 3 · Afdeling 3 · § 2 · Geldig vanaf 2026-06-12

Bron
1.

De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20, kan worden ingetrokken indien:

a.

de houder daarvan zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd;

b.

de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid;

c.

de houder daarvan bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, is opgelegd; of

d.

de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-02-13 · ECLI:NL:RVS:2026:871

Bij besluit van 24 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Appellant komt naar eigen zeggen uit Noord-Macedonië. Hij heeft sinds 10 oktober 1989 rechtmatig verblijf in Nederland. Met ingang van 4 september 1995 heeft hij een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De minister heeft deze verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 26 februari 2013 ingetrokken om redenen van openbare orde op grond van artikel 22, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 en artikel 3.86, vierde en vijfde lid, van het Vb 2000. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van de Justitiële Informatiedienst waaruit blijkt dat appellant onherroepelijk is veroordeeld voor meer dan drie misdrijven waar een gevangenisstraf van drie jaar of meer op staat.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2023-10-18 · ECLI:NL:RVS:2023:3850

Bij verwijzingsuitspraak van 23 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1310, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 13 en 14 van Besluit nr. 1/80. De Afdeling heeft daarbij de behandeling van de hoger beroepen geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en iedere verdere behandeling aangehouden. De vreemdeling heeft de Turkse nationaliteit en verblijft vanaf 15 februari 1983, dus meer dan twintig jaar, rechtmatig in Nederland. Niet in geschil is dat hij rechten ontleent aan artikel 7 van Besluit nr. 1/80 en een daarmee samenhangend verblijfsrecht heeft. De staatssecretaris heeft het verblijfsrecht beëindigd omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2023-10-18 · ECLI:NL:RVS:2023:3851

Bij verwijzingsuitspraak van 23 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1310, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 13 en 14 van Besluit nr. 1/80. De Afdeling heeft daarbij de behandeling van het hoger beroep geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en iedere verdere behandeling aangehouden. De vreemdeling heeft de Turkse nationaliteit en verblijft vanaf 3 mei 1976, dus meer dan twintig jaar, rechtmatig in Nederland. Niet in geschil is dat hij rechten ontleent aan artikel 6 van Besluit nr. 1/80 en een daarmee samenhangend verblijfsrecht heeft. De staatssecretaris heeft het verblijfsrecht beëindigd, omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2023-10-18 · ECLI:NL:RVS:2023:3793

Bij verwijzingsuitspraak van 23 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1310, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 13 en 14 van Besluit nr. 1/80. De Afdeling heeft daarbij de behandeling van het hoger beroep geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en iedere verdere behandeling aangehouden. De vreemdeling heeft de Turkse nationaliteit en verblijft vanaf 1981, dus meer dan twintig jaar, rechtmatig in Nederland. Niet in geschil is dat hij rechten ontleent aan artikel 7 van Besluit nr. 1/80 en een daarmee samenhangend verblijfsrecht heeft. De staatssecretaris heeft het verblijfsrecht beëindigd omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde.

Uitspraak op rechtspraak.nl