Artikel 3
geldendDe grondbeginselen van dit Verdrag zijn:
a.
Respect voor de inherente waardigheid, persoonlijke autonomie, met inbegrip van de vrijheid zelf keuzes te maken en de onafhankelijkheid van personen;
b.
Non-discriminatie;
c.
Volledige en daadwerkelijke participatie in, en opname in de samenleving;
d.
Respect voor verschillen en aanvaarding dat personen met een handicap deel uitmaken van de mensheid en menselijke diversiteit;
e.
Gelijke kansen;
f.
Toegankelijkheid;
g.
Gelijkheid van man en vrouw;
h.
Respect voor de zich ontwikkelende capaciteiten van kinderen met een handicap en eerbiediging van het recht van kinderen met een handicap op het behoud van hun eigen identiteit.