Nederlandse wetgeving

Paragraaf C3/5

geldend

Onderzoeken · Beoordeling van de asielaanvraag

Vreemdelingencirculaire 2000 (C) · Hoofdstuk C3 · Geldig vanaf 2026-07-08

Bron

5.1 Medisch onderzoek horen en beslissen

Wanneer de IND twijfelt over de toestand of de geschiktheid van de vreemdeling om een onderhoud te hebben, biedt de IND de vreemdeling op grond van artikel 13, elfde lid Procedureverordening een medisch onderzoek horen en beslissen aan. Het medisch onderzoek en het daarop volgende advies maken deel uit van de beoordeling of de vreemdeling behoefte heeft aan bijzondere procedurele waarborgen, zoals neergelegd in artikel 20, vierde lid Procedureverordening. De IND bepaalt mede op basis van het medisch advies op welke wijze passende steun wordt geboden en op welke wijze rekening gehouden wordt met de conclusies uit het medisch advies (artikel 13, elfde lid Procedureverordening).

De IND bepaalt in de triage zoals neergelegd in paragraaf C1/3 Vc of de vreemdeling een medisch advies wordt aangeboden. Uit het screeningsformulier, de voorlopige kwetsbaarheidscheck of uit andere relevante signalen en informatie kan twijfel volgen over de toestand of de geschiktheid van de vreemdeling om gehoord te worden. Die twijfel kan ook ontstaan gedurende de procedure. In dat geval kan een medisch onderzoek horen en beslissen worden aangeboden teneinde te kunnen bepalen of een gehoor kan worden afgenomen en zo ja, of er omstandigheden zijn waar in het gehoor rekening mee moet worden gehouden.

Deelname aan het medisch onderzoek is vrijwillig. De vreemdeling verleent schriftelijk toestemming voor deelname aan het medisch onderzoek.

De behandeling van de aanvraag van de vreemdeling start zonder medisch advies als de vreemdeling geen schriftelijke toestemming heeft verleend voor het medisch onderzoek. De IND wijst de aanvraag niet af op grond van de weigering van de vreemdeling deel te nemen aan het medisch onderzoek.

Het medisch advies kan aanleiding geven te besluiten de parallelle procedure toe te passen (zie paragraaf A3/7.3 Vc).

5.2 Forensisch medisch onderzoek

Als de IND het voor de beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel relevant vindt, wordt aan de vreemdeling een forensisch medisch onderzoek aangeboden naar aanwijzingen van vroegere vervolging of ernstige schade. Indien de IND het onderzoek niet relevant vindt, kan de vreemdeling op eigen initiatief en kosten een forensisch medisch onderzoek regelen.

Bij het bepalen of een forensisch medisch onderzoek relevant is, betrekt de IND de volgende omstandigheden:

•.

de verklaringen van de vreemdeling omtrent de aanwezigheid van significante fysieke en/of psychische sporen;

•.

eventuele door de vreemdeling overgelegde medische stukken waarin gewag wordt gemaakt van significante fysieke en/of psychische sporen;

•.

de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal ter staving van de stelling dat bij terugkeer vervolging of ernstige schade dreigt;

•.

de verklaringen van de vreemdeling over de oorzaak van de fysieke en/of psychische sporen in relatie tot hetgeen openbare bronnen over het land van herkomst melden; en

•.

de vraag of de uitslag van een forensisch medisch onderzoek van doorslaggevend belang is voor de beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.

Indicaties over de aanwezigheid van littekens, fysieke klachten en/of psychische klachten kunnen onder andere naar voren komen uit:

•.

het ‘medisch advies horen & beslissen’;

•.

de rapporten van de gehoren; en

•.

medische stukken.

De IND kan niet zelf een medische diagnose stellen. De IND kan tijdens de gehoren vragen stellen over de aanwezigheid van littekens, fysieke klachten en/of psychische klachten bij de vreemdeling. De IND vraagt niet aan de vreemdeling of hij littekens en/of fysieke klachten wil laten zien. De enkele stelling van de vreemdeling dat hij psychische klachten heeft, is onvoldoende als indicatie voor het opstarten van forensisch medisch onderzoek. In beginsel moeten psychische klachten onderbouwd worden met medische stukken.

Het forensisch medisch onderzoek kan alleen uitgevoerd worden met toestemming van de vreemdeling. De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet af enkel op grond van de weigering van de vreemdeling deel te nemen aan het forensisch medisch onderzoek.

Het forensisch medisch onderzoek is primair op waarheidsvinding gericht. Dit betekent dat het forensisch medisch onderzoek als instrument kan worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de geloofwaardigheidsbeoordeling bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.

Het forensisch medisch onderzoek kan bestaan uit drie onderdelen:

•.

fysiek onderzoek (uitwendig en/of inwendig);

•.

psychisch onderzoek; en

•.

psychodiagnostisch onderzoek.

De centrale vraag die gesteld wordt wanneer een forensisch medisch onderzoek wordt opgestart, is: In welke mate is er sprake van causaliteit tussen fysieke en/of psychische sporen enerzijds en de wijze van het ontstaan daarvan anderzijds. Hierbij kan gedacht worden aan fysieke sporen als gevolg van marteling, verkrachting en andere ernstige vormen van geweld of ernstige psychische schade in relatie tot het asielrelaas. Waar mogelijk bestaat het forensisch medisch onderzoek ook uit onderzoek naar letseldatering. Onder letseldatering wordt verstaan het moment waarop het letsel is opgelopen. Het doel van het forensisch medisch onderzoek is niet om de asielmotieven naar voren te brengen of te toetsen. Dit sluit niet uit dat de vreemdeling aan de onderzoekende arts (privacy-/schuld-/schaamtegevoelige) informatie verstrekt die tijdens het gehoor niet of anders benoemd is.

De IND weegt het forensisch medisch onderzoek mee in de geloofwaardigheidsbeoordeling en de uiteindelijke beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.

De IND start geen forensisch medisch onderzoek op in het kader van de beoordeling van de mogelijkheid tot intrekking van een verblijfsvergunning asiel.

5.3 Leeftijdsbepaling

Erkenning leeftijdsbepaling andere lidstaat

Overeenkomstig artikel 25, zevende lid, Procedureverordening, kan de IND een beslissing die een andere lidstaat over de leeftijdsbepaling heeft genomen erkennen, zolang die leeftijdsbepaling overeenkomstig het Unierecht is verricht.

Leeftijdsinterview

Indien er bij een niet-begeleide minderjarige vermoedens zijn van evidente meerderjarigheid en de gestelde minderjarigheid niet met authentieke identiteitsdocumenten wordt onderbouwd, houdt de IND een leeftijdsinterview.

Tijdens het OVA-proces worden vermoedens van evidente meerderjarigheid onderkend. Het leeftijdsinterview vindt bij dergelijke vermoedens in beginsel zo spoedig mogelijk na de triage plaats.

Indien tijdens het OVA-proces geen vermoedens van evidente meerderjarigheid worden onderkend, wordt de gestelde minderjarigheid vooralsnog aangenomen.

Dit laat onverlet dat in een later stadium in de procedure, indien hier voldoende aanknopingspunten voor zijn, alsnog een leeftijdsinterview kan worden gehouden. Dit leeftijdsinterview kan afzonderlijk worden gehouden of tijdens het gehoor.

Voorbeelden van aanknopingspunten zijn:

•.

signalen van ketenpartners;

•.

informatie van andere lidstaten;

•.

informatie van later ingereisde gezinsleden;

•.

(kopieën van) identiteitsdocumenten die op een later moment aan het licht komen.

Tijdens dit leeftijdsinterview wordt op basis van uiterlijke kenmerken, het gedrag, de verklaringen van de vreemdeling en eventuele andere relevante omstandigheden beoordeeld of de niet-begeleide vreemdeling die stelt minderjarig te zijn, zonder enige twijfel ouder is dan 18 jaar (evident meerderjarig). Indien na het leeftijdsinterview niet tot evidente meerderjarigheid wordt geconcludeerd, gaat de IND vooralsnog uit van de gestelde minderjarigheid.

Medisch leeftijdsonderzoek

De IND voert het medisch leeftijdsonderzoek in ieder geval uit in overeenstemming met artikel 25 van de Procedureverordening.