Paragraaf B9/21
geldendTijdelijke regeling voor de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan langdurig in Nederland verblijvende Surinaamse vreemdelingen, die als gevolg van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 de Nederlandse nationaliteit van rechtswege zijn kwijtgeraakt · Humanitair niet-tijdelijk
21.1 Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor langdurig in Nederland verblijvende Surinaamse vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, die tot 25 november 1975 de Nederlandse nationaliteit bezaten en ten aanzien van wie een eenmalige, bijzondere humanitaire regeling in het leven is geroepen. Deze regeling loopt van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025.
In deze periode kunnen bedoelde niet-rechtmatige verblijvende Surinamers op aanvraag voor rechtmatig verblijf in aanmerking komen. De grondslag voor deze eenmalige, bijzondere humanitaire regeling is artikel 3.51, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder m, VV.
21.2 Aanvraagprocedure
De Surinaamse vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor deze regeling, meldt zich eerst bij het Amsterdams Solidariteits Komitee Vluchtelingen (ASKV). Het ASKV begeleidt Surinaamse vreemdelingen uit alle gemeenten in Nederland die een beroep doen op deze regeling.
Het ASKV bespreekt samen met de Surinaamse vreemdeling of de vreemdeling aan de in paragraaf B9/21.3 Vc genoemde voorwaarden voldoet, welke bewijsmiddelen de vreemdeling nodig heeft en hoe deze bewijsmiddelen te verkrijgen. Het ASKV ondersteunt vervolgens de Surinaamse vreemdeling bij het verzamelen van voornoemde bewijsstukken. Nadat alle bewijsstukken zijn verzameld ondertekent de vreemdeling een antecedentenverklaring die bij de aanvraag wordt gevoegd. De aanvraag wordt vervolgens vóór 1 juli 2025 bij de IND ingediend.
Als de vreemdeling nog in afwachting is van al eerder opgevraagde aanvullende bewijsmiddelen met betrekking tot de identiteit en nationaliteit kunnen deze binnen een redelijke termijn na de sluitingsdatum van 1 juli 2025 worden verstrekt zolang de aanvraag vóór 1 juli 2025 is ingediend.
Namens de Surinaamse vreemdeling wordt enkel een aanvraag ingediend als de vreemdeling de volgende bewijsmiddelen over heeft gelegd:
een bewijs van oud-Nederlanderschap tenzij het oud- Nederlanderschap al is komen vast te staan door het overleggen van een identiteitsbewijs;
een bewijs van een minimale en aaneengesloten verblijfsduur in Nederland van tien jaar (Burgemeestersverklaring);
een antecedentenverklaring; en
een identiteitsbewijs tenzij de identiteit al is komen vast te staan door het overleggen van een bewijs van oud-Nederlanderschap.
In de overige gevallen wordt namens de vreemdeling door het ASKV geen aanvraag ingediend.
Als de Surinaamse vreemdeling bewijs heeft overgelegd dat hij een minimale en aaneengesloten verblijfsduur in Nederland heeft gehad van tien jaar, dan geeft de gemeente Amsterdam een ondertekende Burgemeestersverklaring af. Namens de vreemdeling wordt deze ondertekende Burgemeestersverklaring samen met de andere bewijsmiddelen door het ASKV aan de IND gestuurd.
De IND wijst de aanvraag onverkort af als:
de vreemdeling zonder tussenkomst van het ASKV bij de IND een aanvraag heeft ingediend; of
de aanvraag van de vreemdeling niet is voorzien van een Burgemeestersverklaring.
Paragraaf B1/8.1.1 Vc die ziet op gelegaliseerde bescheiden is van overeenkomstige toepassing.
21.3 Voorwaarden
Op grond van artikel 3.51, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder m, VV verleent de IND een verblijfsvergunning voor bepaalde duur aan de Surinaamse vreemdeling, die:
voor 1975 Nederlander is geweest en het Nederlanderschap als gevolg van de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname bij de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 heeft verloren;
voorafgaand aan 1 januari 2025 een minimale en aaneengesloten verblijfsduur in Nederland heeft gehad van tien jaar, zoals vastgelegd in de Burgemeestersverklaring, afgegeven door de gemeente Amsterdam;
zijn identiteit aantoont door het bezit van een geldig identiteitsbewijs, paspoort, een verklaring van nationaliteit of bewijs van voormalig Nederlanderschap; en
binnen de periode van tien jaar voorafgaand aan de datum van de indiening van de aanvraag om de verblijfsvergunning niet is veroordeeld voor een misdrijf
Vrijstelling mvv
Als de Surinaamse vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning op grond van deze regeling, wordt de vreemdeling vrijgesteld van het vereiste in het bezit te zijn van een geldige mvv.
21.3.1 De Surinaamse vreemdeling is voor 1975 Nederlander geweest en heeft het Nederlanderschap als gevolg van de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname in 1975 verloren
Deze regeling geldt alleen voor de Surinaamse vreemdeling, die geboren is vóór 25 november 1975 en op 25 november 1975 het Nederlanderschap bij de onafhankelijkheid van Suriname heeft verloren als gevolg van de Toescheidingsovereenkomst tussen Suriname en Nederland. De vreemdeling moet aantonen hij voor 25 november 1975 de Nederlandse nationaliteit heeft gehad, bijvoorbeeld via een bewijs van verklaring van ex-Nederlanderschap of door het overleggen van een verlopen Nederlands paspoort van voor 25 november 1975.
21.3.2 De Surinaamse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf heeft voorafgaand aan 1 januari 2025 een minimale en aaneengesloten verblijfsduur in Nederland gehad van tien jaar, zoals vastgelegd in de Burgemeestersverklaring, afgegeven door de gemeente Amsterdam
Het ASKV beoordeelt of er bij Surinaamse vreemdeling sprake is van:
niet-rechtmatig verblijf;
een minimale en aaneengesloten verblijfsduur in Nederland van tien jaar, direct voorafgaand aan de aanvraag.
Het is voor de Surinaamse vreemdeling niet noodzakelijk dat hij aantoont de gehele periode van tien jaar, direct voorafgaand aan de aanvraag, geen rechtmatig verblijf te hebben gehad. Kortdurend verblijf buiten Nederland, bijvoorbeeld vanwege ziekte of familiebezoek, wordt niet tegengeworpen. Het gaat om het aannemelijk maken van langdurig feitelijk verblijf in Nederland.
Een lijst van bewijsmiddelen waarmee de Surinaamse vreemdeling de duur van het verblijf kan aantonen is op de website van ASKV en/of gemeente Amsterdam beschikbaar.
21.3.3 De Surinaamse vreemdeling toont zijn identiteit aan door het bezit van een geldig identiteitsbewijs, paspoort, een verklaring van nationaliteit of bewijs van voormalig Nederlanderschap
Als bewijs van zijn identiteit en nationaliteit legt de Surinaamse vreemdeling over een:
Surinaamse identiteitskaart;
Surinaams paspoort;
verklaring van nationaliteit van de Surinaamse autoriteiten. Deze verklaring mag niet ouder zijn dan één jaar; of
bewijs van voormalig Nederlanderschap, bestaande uit een verlopen Nederlands paspoort van voor 25 november 1975 of een verklaring van ex-Nederlanderschap van de Surinaamse autoriteiten.
21.3.4 De Surinaamse vreemdeling is binnen de periode van tien jaar voorafgaand aan de datum van de indiening van de aanvraag van de verblijfsvergunning niet veroordeeld voor een misdrijf
Openbare orde
De Surinaamse vreemdeling die binnen de periode van tien jaar voorafgaand aan de datum van de indiening van de aanvraag van de verblijfsvergunning is veroordeeld tot een onherroepelijke vrijheidsbenemende straf of maatregel of een taakstraf, wegens het plegen van één of meerdere misdrijven komt op grond van de openbare orde niet in aanmerking voor deze regeling als:
hiertegen gevangenisstraf of een vrijheidsbenemende maatregel, een taakstraf of een maatregel als bedoeld in artikel 37a of 38m of van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd, de vreemdeling bij strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, dan wel het buitenlandse equivalent van een dergelijke straf of maatregel is opgelegd, en de totale duur van de onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelten van die straffen en maatregelen in totaal ten minste één maand bedraagt;
In het algemeen wordt hierbij een termijn gehanteerd van een onherroepelijke veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel van ten minste één maand. Dit geldt eveneens voor een onherroepelijk opgelegde taakstraf of een boete die niet ter uitvoering kon worden gelegd en heeft geleid tot een vervangende gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel van ten minste één maand.
Bij de berekening of er sprake is van een straf of maatregel van ten minste één maand, worden meerdere veroordelingen bij elkaar opgeteld.
Als voornoemde termijn langer is dan een maand dan moet dit worden beoordeeld in het licht van de strekking van deze eenmalige, bijzondere humanitaire regeling.
Bovenstaande beleidsregels met betrekking tot de openbare orde wijken af van de algemene beleidsregels over de openbare orde als opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc.
Gevaar voor de nationale veiligheid
Voor wat betreft een eventueel gevaar voor de nationale veiligheid is paragraaf B1/4.4 Vc van overeenkomstige toepassing.
21.4 Gezinshereniging
Het algemene beleid inzake gezinshereniging is van toepassing.
21.5 Beperking, arbeidsmarktaantekening, geldigheidsduur en vrijstelling mvv
Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder s, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ’niet-tijdelijke humanitaire gronden’.
Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ’Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder s, Vb verleent de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking: ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ met de geldigheidsduur van vijf jaar.
21.6 Verlenging of intrekking
Verlenging
Paragraaf B9/19 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Intrekking
Paragraaf B9/19 Vc is van overeenkomstige toepassing.