Paragraaf B8/6
geldendNiet-begeleide minderjarige vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken · Humanitair tijdelijk
6.1 Beleidsregels
Op grond van artikel 3.48 Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het specifieke buitenschuldbeleid aan een niet-begeleide minderjarige als de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
de vreemdeling is alleenstaand;
de vreemdeling is (nog) minderjarig;
de vreemdeling is ten tijde van de eerste verblijfsaanvraag jonger dan vijftien jaar;
voor de vreemdeling is in het land van herkomst of een ander land waar hij redelijkerwijs naartoe kan gaan geen adequate opvang of het vertrek kan buiten de schuld van de vreemdeling niet plaatsvinden en hij heeft zich actief ingezet om zijn vertrek te realiseren.
Ad 1. Alleenstaand
De IND verleent de verblijfsvergunning niet aan de minderjarige vreemdeling in één van de volgende gevallen:
de vreemdeling reist met zijn meerderjarige ouder(s) Nederland in;
de vreemdeling reist met zijn eventuele in het buitenland toegewezen voogd Nederland in;
de ouder(s) van de vreemdeling bevind(t)(en) zich al in Nederland; of
de in het buitenland toegewezen voogd bevindt zich al in Nederland.
De IND beschouwt een minderjarige vreemdeling als alleenstaand, als zijn ouder(s) in de bovengenoemde situaties minderjarig is/zijn en niet zijn gehuwd.
Ad 2. Minderjarigheid
De IND beoordeelt de minderjarigheid naar Nederlands recht op grond van artikel 1:233 BW.
Als de IND twijfelt aan de leeftijd van de betrokken vreemdeling en deze zijn gestelde leeftijd niet met bescheiden kan aantonen, kan de IND de vreemdeling in de gelegenheid stellen een leeftijdsonderzoek te laten verrichten. Als een verricht leeftijdsonderzoek niet met voldoende zekerheid tot een conclusie over de minder- of meerderjarigheid leidt, kan de IND de vreemdeling binnen één à twee jaar opnieuw oproepen voor een leeftijdsonderzoek.
Ad 5. Adequate opvang
De IND verstaat onder adequate opvang in het land van herkomst: iedere opvang (ongeacht de vorm) waarvan de omstandigheden vergelijkbaar zijn met de omstandigheden waaronder opvang wordt geboden aan leeftijdsgenoten die zich in een gelijkwaardige positie als de vreemdeling bevinden.
De IND neemt het bestaan van adequate opvang in ieder geval aan als sprake is van één van de volgende omstandigheden:
in het betreffende land is een familielid tot in de vierde graad aanwezig;
uit feiten en omstandigheden komt naar voren dat een ander familielid dan in a. gesteld of een meerderjarige, niet zijnde een familielid, adequate opvang kan bieden;
opvang in een (particuliere) opvanginstelling is voorhanden en de IND beschouwt deze opvang naar lokale omstandigheden als aanvaardbaar;
uit het landgebonden asielbeleid volgt dat de autoriteiten zorgdragen voor de opvang;
op grond van algemene informatie blijkt dat de algemene opvangvoorzieningen beschikbaar en toereikend zijn.
Ad a.
Bij het zoeken naar een vorm van opvang die voor een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als adequaat mag worden beschouwd, zal primair worden getracht om de minderjarige met de ouder(s) te herenigen. Opvang bij ouders is in beginsel aan te merken als adequaat.
Ad c. d. en e.
Een opvangvoorziening wordt aangemerkt als adequaat indien de opvangvoorziening de minderjarige in ieder geval naar lokale maatstaven biedt:
onderdak tot de minderjarige de leeftijd van 18 jaar zal bereiken, tenzij de opvang dient tot het overbruggen van een beperkte periode, waarna de minderjarige door zijn eigen familie, of door anderen bij wie er sprake is van adequate opvang, kan worden opgevangen;
beschikbaarheid van voedsel, kleding en hygiëne;
toegang tot onderwijsvoorzieningen; en
aanwezigheid van medische verzorging.
6.2 Vertrek kan buiten de schuld van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling niet worden gerealiseerd binnen de maximale termijn van drie jaar na de eerste verblijfsaanvraag
6.2.1 Vertrek kan buiten de schuld van de minderjarige vreemdeling niet worden gerealiseerd binnen drie jaar na de eerste verblijfsaanvraag (ambtshalve verlening zonder nader onderzoek)
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan ambtshalve zonder nader onderzoek worden verleend, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de vreemdeling is ten tijde van de eerste verblijfsaanvraag jonger dan vijftien jaar;
de vreemdeling heeft geloofwaardige verklaringen afgelegd over zijn identiteit, nationaliteit, ouders en andere familieleden;
uit de verklaringen van de vreemdeling komt naar voren dat er geen familieleden of andere personen zijn die adequate opvang kunnen bieden, naar wie de vreemdeling kan terugkeren;
de vreemdeling heeft tijdens de procedure een onderzoek naar opvangmogelijkheden in het land van herkomst of een ander land niet gefrustreerd;
bekend is dat in het algemeen geen adequate opvang beschikbaar is en aangenomen wordt dat deze niet binnen afzienbare tijd beschikbaar komt, in het land van herkomst of in een ander land waar de vreemdeling redelijkerwijs naar toe kan. In een dergelijke situatie wordt aangenomen dat het de DTenV niet zal lukken om binnen de termijn van drie jaar een vorm van adequate opvang te vinden.
6.2.2 Vertrek kan buiten de schuld van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling niet worden gerealiseerd binnen drie jaar na de eerste verblijfsaanvraag (verlening na nader onderzoek)
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan drie jaar na indiening van de eerste verblijfsaanvraag worden verleend, als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
De vreemdeling is ten tijde van de eerste verblijfsaanvraag jonger dan vijftien jaar;
de vreemdeling heeft geloofwaardige verklaringen afgelegd over zijn identiteit, nationaliteit, ouders en andere familieleden;
de vreemdeling heeft zich actief ingezet om zijn eigen terugkeer te realiseren. Zo heeft hij zich actief ingezet om zijn eigen identiteit en nationaliteit aan te tonen, een (vervangend) reisdocument te verkrijgen (indien nodig) en contact te leggen met familie of andere personen of organisaties in het land van herkomst naar wie hij zou kunnen terugkeren;
in nader onderzoek is vastgesteld dat er geen sprake is van adequate opvang;
er is op het moment van beoordeling geen zicht op feitelijk vertrek naar het land van herkomst.
6.3 Verlening en intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, ambtshalve of op aanvraag.
Een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen kan op elk moment na indiening van de eerste verblijfsaanvraag verleend worden, vanaf het moment dat aan de voorwaarden wordt voldaan.
De IND verleent geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een vreemdeling die tijdens de verblijfsprocedure een onderzoek naar opvangmogelijkheden in het land van herkomst of een ander land frustreert.
Intrekking
Op grond van artikel 19 juncto artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, Vw beziet de IND de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen op intrekking als:
de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid;
de vreemdeling niet voldoet aan de beperking waaronder de vergunning is verleend of een voorschrift dat aan de vergunning is verbonden.
na herhaald leeftijdsonderzoek blijkt dat de vreemdeling op het moment van het eerste onderzoek meerderjarig was; of
na herhaald leeftijdsonderzoek blijkt dat de vreemdeling op dat moment meerderjarig is.
6.4 Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
Beperking
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’.
Arbeidsmarktaantekening
Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Geldigheidsduur
Op grond van artikel 3.58, tweede lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen met een geldigheidsduur van vijf jaar.