Nederlandse wetgeving

Paragraaf B8/13

geldend

Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel · Humanitair tijdelijk

Vreemdelingencirculaire 2000 (B) · Hoofdstuk B8 · Geldig vanaf 2026-07-01

Bron

13.1 Ondertoezichtstelling

De IND verleent op grond van 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld, als uit advies van de DTenV blijkt dat de kinderbeschermingsmaatregel niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.

Daarnaast dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

1.

De vorenbedoelde kinderbeschermingsmaatregel is door de kinderrechter voor één jaar opgelegd;

2.

De minderjarige vreemdeling komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op enige andere grond dan in deze paragraaf genoemd.

De IND wijst de aanvraag af indien niet aan alle hiervoor genoemde voorwaarden wordt voldaan.

13.2 Vragen van advies aan de DTenV

De IND vraagt de DTenV om advies inzake de overdraagbaarheid van de kinderbeschermingsmaatregel, behoudens het bepaalde in paragraaf B8/13.3.

13.3 Afwijzing van de aanvraag zonder advies DTenV

De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld af, zonder advies te vragen aan de DTenV, als:

–.

de minderjarige vreemdeling of diens gemachtigde niet met bescheiden heeft aangetoond welke hulpverlening hij nodig heeft;

–.

de vorenbedoelde kinderbeschermingsmaatregel door de kinderrechter voor korter dan één jaar is opgelegd;

–.

de minderjarige vreemdeling kan worden overgedragen op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening; of

–.

de minderjarige vreemdeling internationale bescherming geniet in een andere EU-lidstaat.

13.4 Inwilliging als de feitelijke overdracht van de ondertoezichtstelling binnen anderhalf jaar niet heeft plaatsgevonden

De IND verleent op grond van 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb in samenhang met artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld, als aan alle hierna volgende voorwaarden wordt voldaan:

1.

de minderjarige vreemdeling staat gedurende een aaneengesloten periode van in totaal anderhalf jaar onder toezicht, gerekend vanaf de datum dat hij de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning ‘humanitair tijdelijk’ wegens een ondertoezichtstelling heeft ingediend;

2.

de verblijfplaats van de minderjarige vreemdeling is in de hiervoor genoemde periode steeds bekend geweest bij de DTenV;

3.

uit het advies van de DTenV blijkt dat de feitelijke overdracht van de hiervoor genoemde kinderbeschermingsmaatregel aan de autoriteiten van het land van herkomst, of aan de autoriteiten van een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend, niet binnen de hiervoor genoemde anderhalf jaar heeft plaatsgevonden; en

4.

de minderjarige vreemdeling komt niet op enige andere grond dan in deze paragraaf genoemd in aanmerking voor een verblijfsvergunning.

Ad 1

Voor de onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling die een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning ‘humanitair tijdelijk’ wegens een ondertoezichtstelling heeft ingediend vóór 1 april 2025 geldt de datum van de oplegging OTS als begindatum voor het berekenen van de termijn van anderhalf jaar.

13.5 MVV-vrijstelling

De onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule (artikel 3.71, derde lid, Vb), als hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van paragraaf B8/13.1 of B8/13.4 Vc.

13.6 Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

Beperking

Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’.

Arbeidsmarktaantekening

Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

Geldigheidsduur

Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van maximaal één jaar. De einddatum van de geldigheidsduur van de verblijfsververgunning kan niet later zijn dan de einddatum van de ondertoezichtstelling.

13.7 Verlenging en intrekking

De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, of trekt deze in als een van de volgende situaties zich voordoet:

1.

De geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling door de kinderrechter is niet verlengd; of

2.

Uit advies van de DTenV blijkt dat de ondertoezichtstelling inmiddels kan worden overgedragen aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.

Ad1 De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet af of trekt deze niet in, als de ondertoezichtstelling slechts voor minder dan 1 jaar is verlengd.

Ad2 De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur eveneens af, als de minderjarige vreemdeling of diens gemachtigde niet met bescheiden heeft aangetoond welke hulpverlening hij nodig heeft, waardoor de IND geen advies kan opvragen bij de DTenV.

13.8 Bewijsmiddelen

De IND beschouwt de beschikking van de kinderrechter als bewijsmiddel dat de ondertoezichtstelling is uitgesproken of de duur daarvan is verlengd.

De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt welke hulpverlening de minderjarige vreemdeling nodig heeft als bedoeld in B8/13.3 Vc en in B8/13.7 Vc:

–.

het rapport van de Raad voor Kinderbescherming; of, indien van recenter datum:

–.

het rapport van de gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert.

De IND beschouwt uitsluitend een advies van de DTenV als bewijsmiddel dat de ondertoezichtstelling van een minderjarige vreemdeling niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.

13.9 Gezinsleden van minderjarige vreemdelingen met een kinderbeschermingsmaatregel

De IND verleent op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb uitsluitend een verblijfsvergunning aan de volgende in Nederland verblijvende gezinsleden:

•.

de biologische of juridische ouder(s), als het onder toezicht gestelde kind onder rechtmatig gezag staat van deze ouder(s);

•.

de minderjarige broers en zussen die feitelijk behoren tot het gezin, als de IND aan hun biologische of juridische ouder(s) een verblijfsvergunning heeft verleend als gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’, als genoemd in artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb, jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV. De minderjarige broers en zussen moeten onder rechtmatig gezag van de biologische of juridische ouders staan.

De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb van de gezinsleden niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder c en k, Vw.

13.10 MVV-vrijstelling gezinsleden

De gezinsleden worden vrijgesteld van het mvv-vereiste, gelet op het bepaalde in artikel 3.71, derde lid, Vb, als zij aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij de onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling.

13.11 Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

Beperking

Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de gezinsleden onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid bij (hoofdpersoon)’.

Arbeidsmarktaantekening

Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.

Geldigheidsduur

De IND verleent de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van het verblijfsrecht van de onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling.