Nederlandse wetgeving

Paragraaf B10/3

geldend

Internationale Verdragen · EU-recht en Internationale Verdragen

Vreemdelingencirculaire 2000 (B) · Hoofdstuk B10 · Geldig vanaf 2026-07-01

Bron

3.1 Inleiding

In deze paragraaf zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven op grond van internationale Verdragen. Alleen de Verdragen die verblijfsrechtelijke gevolgen hebben, zijn opgenomen in dit hoofdstuk. Verblijfsrecht op grond van artikel 8 EVRM is opgenomen in B7/3.8.

De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 7.2 en 8.26 Vb.

3.2 Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand

Begunstigde

Dit Verdrag is alleen voor onderdanen van Turkije, Servië, Montenegro, Macedonië en Andorra van belang.

De IND verstaat onder rechtmatig verblijf in overeenstemming met artikel 11 van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder a tot en met h, en j en l, Vw.

De IND verstaat onder ‘repatriëring’ verblijfsbeëindiging, inclusief uitzetting. De IND verstaat onder ‘het behoeven van bijstand’ het doen van een beroep op de algemene middelen.

Op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand beëindigt de IND het verblijf van de rechtmatig verblijvende onderdaan van een andere partij die een beroep doet op de algemene middelen uitsluitend als de vreemdeling:

a.

het grondgebied heeft betreden vóór het bereiken van de leeftijd van 55 jaar en minder dan vijf jaar rechtmatig verblijf heeft gehad;

b.

het grondgebied heeft betreden ná het bereiken van de leeftijd van 55 jaar en minder dan tien jaar rechtmatig verblijf heeft gehad (zie artikel 7 van het Verdrag);

c.

als de intrekkingsgronden van artikel 19 juncto 18, eerste lid, met uitzondering van onderdelen b en d, Vw van toepassing zijn.

Waarborgen

De IND beëindigt het rechtmatig verblijf van de vreemdeling die een beroep doet op de algemene middelen in ieder geval niet als de vreemdeling:

•.

in een staat van gezondheid verkeert die vervoer niet toelaat (zie artikel 7, aanhef en onder (a) en (ii), van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand en artikel 64 Vw); en

•.

een bijzondere band met Nederland heeft (zie artikel 7, aanhef en onder (a) en (iii), van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand).

Naarmate de vreemdeling langer in Nederland verblijft, neemt de IND eerder aan dat de vreemdeling een bijzondere band met Nederland heeft.

3.3 Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers

Begunstigde

Het Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers is alleen van belang voor Turkse werknemers en alleen voor zover Turkse werknemers geen rechten kunnen ontlenen aan Besluit 1/80 van de Associatieraad EG-Turkije. Daarnaast is het van belang voor onderdanen van Albanië, Moldavië en Oekraïne.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid en werkloosheid

De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid wegens afvloeiing of langdurige ziekte tot maximaal vijf maanden na het intreden van de ziekte of de werkloosheid, maar niet langer dan de duur van de uitkering in het kader van de WW. De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd alleen voor:

•.

het zoeken naar werk;

•.

omscholing; of

•.

revalidatie.

De IND neemt in ieder geval aan dat geen sprake is van onvrijwillige werkloosheid als sprake is van één van de situaties zoals opgenomen in paragraaf B5/5 Vc onder verwijtbare werkloosheid.