Nederlandse wetgeving

Paragraaf B10/4

geldend

Associatieovereenkomst EG – Turkije, aanvullend protocol EG – Turkije en Besluit 1/80 · EU-recht en Internationale Verdragen

Vreemdelingencirculaire 2000 (B) · Hoofdstuk B10 · Geldig vanaf 2026-07-01

Bron

4.1 Inleiding

In deze paragraaf zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor verblijf op grond van de Associatieovereenkomst EG-Turkije en Besluit 1/80.

Besluit 1/80 is van toepassing op Turkse werknemers en hun gezinsleden. Besluit 1/80 ziet, met uitzondering van de standstillbepaling van artikel 13, niet op eerste toelating. Aan de artikelen 6, eerste lid, en 7, Besluit 1/80 kan een vreemdeling recht op voortgezette arbeid ontlenen. Dit recht op voortgezette arbeid brengt een recht op voortzetting van verblijf met zich mee. Dit verblijfsrecht ontstaat en vervalt van rechtswege.

De IND legt de begrippen ‘werknemer’ en ‘reële en daadwerkelijke arbeid’ voor zover gebruikt in deze paragraaf, op dezelfde wijze uit als in paragraaf B10/2 Vc. Onder ‘gezinsleden’ verstaat de IND de echtgenoot of geregistreerd partner van de Turkse werknemer, hun rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn en de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn van deze werknemer en van zijn echtgenoot of geregistreerd partner, die te hunnen laste zijn. Het gezinslid hoeft zelf niet de Turkse nationaliteit te hebben.

4.2 Beleidsregels

Ambtshalve beoordelen

De IND betrekt bij de beoordeling of het verblijf van een ((ex-) gezinslid van een) Turkse onderdaan beëindigd moet worden ambtshalve of de verblijfsbeëindiging in strijd is met Besluit 1/80.

Recht op voortzetting van verblijf voor Turkse werknemers

De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van legale arbeid als bedoeld in artikel 6 Besluit 1/80 als de vreemdeling in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning op grond waarvan hem is toegestaan die arbeid te verrichten. De IND neemt ook aan dat sprake is van legale arbeid als bedoeld in artikel 6 Besluit 1/80 als de vreemdeling arbeid heeft verricht tijdens de procedure ter verkrijging (of herkrijging) van een verblijfsvergunning en voor zover hij voor (een deel van) deze periode alsnog een verblijfsvergunning verkrijgt.

De IND neemt in ieder geval aan dat een Turkse werknemer behoort tot de legale arbeidsmarkt als bedoeld in artikel 6 van Besluit 1/80 als alle wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften in acht zijn genomen en de werknemer dus het recht heeft op Nederlands grondgebied een beroepsactiviteit uit te oefenen.

De IND verstaat ook onder 'dezelfde werkgever' als bedoeld in artikel 6, eerste lid, eerste streepje, Besluit 1/80:

•.

een uitzendbureau;

•.

een inlener;

•.

een detacheringsbureau;

•.

een bedrijf dat achtereenvolgens door verschillende ondernemingen wordt geëxploiteerd door fusie of overnamen; of

•.

een bedrijf dat wegens faillissement wordt overgenomen door een ander bedrijf.

De IND gaat ervan uit dat na drie jaar onafgebroken legale arbeid bij dezelfde werkgever het bepaalde in artikel 6, eerste lid, derde gedachtestreepje, Besluit 1/80 van toepassing is.

De IND past de tijdvakken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, Besluit 1/80 alleen toe op Turkse werknemers die ten minste één jaar, maar minder dan drie jaar legale arbeid hebben verricht bij dezelfde werkgever.

Bij toepassing van artikel 6, tweede lid, Besluit 1/80, gaat de IND ervan uit dat op het moment dat de werkzaamheden bij dezelfde werkgever worden hervat, verder wordt gegaan met de opbouw van tijdvakken van legale arbeid.

Recht op voortzetting van verblijf voor gezinsleden van Turkse werknemers

Op grond van artikel 7, eerste alinea, Besluit 1/80 ontstaat voor het gezinslid van een Turkse werknemer een recht op voortzetting van verblijf als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:

•.

het gezinslid is in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming toegelaten tot Nederland of in Nederland is geboren en heeft hier aansluitend verbleven;

•.

de Turkse werknemer heeft op enig moment na de toelating van het gezinslid in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming gedurende een periode van drie jaar tot de legale arbeidsmarkt behoord. In deze periode is afwezigheid van de arbeidsmarkt vanwege onvrijwillige werkloosheid van maximaal zes maanden toegestaan; en

•.

het gezinslid heeft gedurende die periode van drie jaar onafgebroken bij de Turkse werknemer gewoond waarbij de IND korte legitieme onderbrekingen van het samenleven van niet langer dan zes maanden die niet zijn bedoeld om het samenleven op te geven, gelijkstelt met perioden waarin het gezinslid werkelijk met de Turkse werknemer heeft samengeleefd. De IND verstaat onder korte legitieme redenen in de hiervoor bedoelde zin bijvoorbeeld vakantie of familiebezoek.

De IND gaat ervan uit dat na drie jaar onafgebroken rechtmatig verblijf bij een Turkse werknemer het bepaalde in artikel 7, eerste alinea, tweede gedachtestreepje, Besluit 1/80 van toepassing is.

De IND acht het bij de beoordeling of een verblijfsrecht ontstaat op grond van artikel 7, tweede alinea, Besluit 1/80, niet van belang:

•.

of de Turkse werknemer op het moment van aanvang van, of gedurende de studie nog steeds legale arbeid verricht of in Nederland woonachtig is;

•.

om welke reden het kind aanvankelijk een inreis- en verblijfsrecht is verleend; of

•.

op welk niveau de beroepsopleiding is gevolgd.

Bij de beoordeling of een recht op verblijf ontstaat op grond van artikel 7 Besluit 1/80 acht de IND het niet relevant of:

•.

de Turkse werknemer rechten ontleent of ontleende aan artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80;

•.

de werknemer de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen, mits de Turkse nationaliteit hierbij behouden is gebleven of daarna is herkregen.

4.3 Beperking, arbeidsmarktaantekening, voorschrift en geldigheidsduur

Beperking

De IND verleent de verblijfsvergunning ontleend aan het eerste of het derde streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 onder de beperking: 'arbeid in loondienst'.

De IND verleent de verblijfsvergunning aan (ex-)gezinsleden van Turkse werknemers die een recht op verblijf ontlenen aan artikel 7 Besluit 1/80 onder de beperking: 'niet-tijdelijke humanitaire gronden’.

Arbeidsmarktaantekening:

De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het eerste streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’ als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder f, VV. Dit is op grond van artikel 7.2 BuWav anders als de vreemdeling in het bezit is (geweest) van een verblijfsvergunning met daarop de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’. In dat geval luidt de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV.

De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan het derde streepje van artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV.

De arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument dat wordt afgegeven als het verblijfsrecht wordt ontleend aan artikel 7, Besluit 1/80 luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder a, VV.

Voorschrift

De IND voorziet de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 6, Besluit 1/80 van de aantekening: ‘Een beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.

Geldigheidsduur

De IND verleent de verblijfsvergunning op grond van artikel 6, Besluit 1/80 voor de duur van de arbeidsovereenkomst met een maximum van vijf jaar, maar in ieder geval voor ten minste één jaar.

De IND verleent de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 7, Besluit 1/80 voor de duur van vijf jaar.

4.4 Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf

4.4.1 Verlies van het recht op arbeid en verblijf

Het recht op arbeid en daarmee op verblijf op grond van artikel 6, eerste lid en artikel 7 van Besluit 1/80 gaat in de volgende gevallen verloren:

a.

als het verblijfsrecht wordt beëindigd op grond van artikel 14 van Besluit 1/80;

b.

bij langdurige afwezigheid zonder gegronde reden uit Nederland;

Bovendien gaat het recht op arbeid op grond van artikel 6, eerste lid van Besluit 1/80 verloren:

c.

als de Turkse onderdaan niet meer tot de legale arbeidsmarkt behoort.

Ad a. Beëindigen van het verblijfsrecht op grond van artikel 14 lid 1 van Besluit 1/80

De IND beëindigt het verblijfsrecht van een Turkse werknemer of het gezinslid, als het persoonlijk gedrag een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.

De artikelen 8.22, eerste lid, 8.23 en 8.24 Vb zijn van overeenkomstige toepassing.

Ad b. Bij langdurige afwezigheid zonder gegronde reden uit Nederland

De IND neemt aan dat geen sprake is van langdurige afwezigheid zonder gegronde reden uit Nederland als de Turkse werknemer of het gezinslid:

•.

korter dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven; of

•.

Nederland heeft verlaten om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, en hiervan sprake was gedurende een eenmalige periode van ten hoogste twaalf maanden; of

•.

Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht.

Als de Turkse werknemer of het gezinslid gedurende ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 6 en/of 7 van Besluit 1/80 neemt de IND langdurige afwezigheid en daarmee verlies van de rechten van artikel 6 en/of 7 van Besluit 1/80 aan als de werknemer of het gezinslid in ieder geval twee jaar of langer buiten Nederland heeft verbleven. De reden van de afwezigheid is niet van belang.

Ad c. Niet meer behoren tot de legale arbeidsmarkt

De IND neemt in ieder geval aan dat de Turkse vreemdeling niet meer tot de legale Nederlandse arbeidsmarkt behoort, als hij die arbeidsmarkt definitief heeft verlaten. Hiervan is sprake bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid of als de vreemdeling anderszins geen enkele kans meer maakt op re-integratie op de arbeidsmarkt. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is de arbeidsmarkt verlaten, tenzij er nog reële en daadwerkelijke arbeid wordt verricht.

De IND neemt verder aan dat de Turkse vreemdeling, die in het bezit is van de rechten van artikel 6 eerste lid, derde streepje van Besluit 1/80, niet meer als werknemer tot de legale Nederlandse arbeidsmarkt behoort als hij, na het stoppen van de werkzaamheden (ongeacht om welke reden), niet binnen een redelijke termijn nieuw werk in loondienst heeft gevonden. Als de werkzaamheden zijn gestaakt door detentie dan moet binnen een redelijke termijn ná de detentie een nieuwe dienstbetrekking zijn gevonden. De IND hanteert als redelijke termijn een termijn van zes maanden. Er moet sprake zijn van daadwerkelijk zoeken naar werk en een reële kans op werk. De IND verlengt de termijn eenmalig met drie maanden, als er na zes maanden nog geen werk is gevonden, maar er nog wel een reële kans op werk bestaat. De vreemdeling moet na uiterlijk negen maanden werk gevonden hebben.

Heeft de Turkse vreemdeling nog geen verblijfsrecht op grond van artikel 6, eerste lid, derde streepje opgebouwd, dan gaan de opgebouwde rechten op grond van artikel 6, eerste lid, eerste streepje verloren, wanneer hij van werkgever verandert of wanneer de werkzaamheden zijn gestopt vanwege een andere reden dan genoemd in artikel 6, tweede lid van Besluit 1/80 (zoals vanwege detentie of vrijwillige werkloosheid).

4.4.2 Ontzegging recht op arbeid en verblijf

De IND ontzegt het recht op arbeid en daarmee op verblijf op grond van artikel 6, eerste lid, en op grond van artikel 7, Besluit 1/80, als:

•.

de verblijfsvergunning is verleend op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens, terwijl die gegevens zouden leiden of hebben geleid tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning (fraude); of

•.

sprake is van rechtsmisbruik.

Artikel 8.25 Vb in combinatie met paragraaf B10/2.8.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.

De IND ontzegt de rechten op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 7, Besluit 1/80, met terugwerkende kracht, als zij zijn verkregen op grond van fraude of rechtsmisbruik.

4.5 Bewijsmiddelen

De IND beschouwt in ieder geval als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van legale arbeid:

•.

het registratiebericht Melding Sociale Voorzieningen;

•.

arbeidscontracten; en

•.

jaarloonopgaven.

De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van daadwerkelijk naar werk zoeken:

•.

een bewijs van inschrijving bij het UWV WERKbedrijf vanaf het moment dat de vreemdeling vrijwillig werkloos is geworden; en

•.

sollicitatiebrieven voor passende functies en reacties daarop van de beoogde werkgevers.

De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van een reële kans op werk een brief van een beoogde werkgever waaruit blijkt dat de sollicitatieprocedure wordt voortgezet.

De IND beschouwt in ieder geval als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van onafgebroken en daadwerkelijk samenwonen:

•.

een afschrift uit de BRP waaruit de verblijfshistorie blijkt;

•.

aan het gezinslid geadresseerde post waaruit dit blijkt; en

•.

aan de werknemer geadresseerde post waaruit dit blijkt.

De IND beschouwt als bewijsmiddel van het behoud of de herkrijging van de Turkse nationaliteit na naturalisatie tot Nederlander:

•.

een Turks paspoort of een Turkse identiteitskaart (Nüfus), afgegeven ná de naturalisatie tot Nederlander; of

•.

een verklaring van de Turkse autoriteiten waaruit het behoud of de herkrijging van de Turkse nationaliteit blijkt.