Artikel 13
geldendRECHTEN
1. Werkloosheid is op zichzelf geen reden om de Europese blauwe kaart in te trekken, tenzij de periode van werkloosheid langer duurt dan drie achtereenvolgende maanden of werkloosheid zich tijdens de geldigheidsduur van een Europese blauwe kaart meer dan één keer voordoet.
2. Gedurende de in lid 1 bedoelde periode is het de houder van de Europese blauwe kaart toegestaan werk te zoeken en een baan aan te nemen volgens de voorwaarden van artikel 12.
3. De lidstaten staan de houder van de Europese blauwe kaart toe op hun grondgebied te blijven tot de in artikel 12, lid 2, bedoelde toestemming wordt verleend of geweigerd. Met de in artikel 12, lid 2, bedoelde mededeling eindigt automatisch de periode van werkloosheid.
4. De houder van de Europese blauwe kaart deelt, volgens de desbetreffende nationale procedures, het begin van de periode van tijdelijke werkloosheid mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verblijf.