Nederlandse wetgeving

Artikel 12

geldend

RECHTEN

Richtlijn 2009/50/EG — Europese blauwe kaart · Hoofdstuk 4 · Geldig vanaf None

Bron

1. Gedurende de eerste twee jaar van legaal werk in een lidstaat door de houder van een Europese blauwe kaart, is de toegang tot de arbeidsmarkt voor de betrokken persoon beperkt tot betaalde arbeid die voldoet aan de in artikel 5 gestelde toelatingsvoorwaarden. Na deze eerste twee jaren mogen de lidstaten de betrokkenen ten aanzien van de toegang tot een hooggekwalificeerde baan dezelfde behandeling toekennen als nationale onderdanen van de betrokken lidstaat.

2. Gedurende de eerste twee jaar van legaal werk in een lidstaat door de houder van een Europese blauwe kaart, is voor verandering van werkgever schriftelijke toestemming nodig van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verblijf, overeenkomstig de nationale procedures en binnen de in artikel 11, lid 1, gestelde termijnen. Wijzigingen die van invloed zijn op de toelatingsvoorwaarden moeten vooraf worden medegedeeld of vereisen, indien voorgeschreven door de nationale wetgeving, voorafgaande toestemming.

Wanneer de betrokken lidstaat na deze eerste twee jaar geen gebruik maakt van de in lid 1 geboden mogelijkheid inzake gelijke behandeling, deelt de betrokkene, overeenkomstig de nationale procedures, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verblijf de veranderingen mee die de voorwaarden van artikel 5 beïnvloeden.

3. De lidstaten mogen beperkingen op de toegang tot werk handhaven indien deze arbeidsactiviteiten gepaard gaan met de uitoefening van een overheidstaak en de verantwoordelijkheid voor de bewaking van het algemeen belang van de staat, en indien deze volgens het bestaande nationale of Gemeenschapsrecht uitsluitend mogen worden verricht door eigen onderdanen.

4. De lidstaten mogen beperkingen op de toegang tot werk handhaven indien dit werk volgens het bestaande nationale of Gemeenschapsrecht uitsluitend mag worden verricht door eigen onderdanen, onderdanen van de Unie of EER-onderdanen.

5. Dit artikel laat het beginsel van communautaire preferentie dat is neergelegd in de desbetreffende bepalingen van de toetredingsakten van 2003 en 2005, en met name ten aanzien van de rechten van de onderdanen van de betrokken lidstaten op toegang tot de arbeidsmarkt, onverlet.