Nederlandse wetgeving

Artikel 3

geldend

ALGEMENE BEPALINGEN

Richtlijn 2009/50/EG — Europese blauwe kaart · Hoofdstuk 1 · Geldig vanaf None

Bron

1. Deze richtlijn is van toepassing op onderdanen van derde landen die een aanvraag indienen om toegang te krijgen tot het grondgebied van een lidstaat met het oog op een hooggekwalificeerde baan in de zin van deze richtlijn.

2. Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a) onderdanen van derde landen die in een lidstaat mogen verblijven op basis van tijdelijke bescherming of die een aanvraag in die zin hebben ingediend en in afwachting zijn van een besluit over hun status;

b) onderdanen van derde landen die uit hoofde van Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming (15) internationale bescherming genieten of uit hoofde van die richtlijn een aanvraag hebben ingediend om in aanmerking te komen voor internationale bescherming, waarover nog geen definitieve beslissing is gegeven;

c) onderdanen van derde landen die bescherming genieten overeenkomstig de nationale wetgeving, internationale verplichtingen of de rechtspraktijk van de betrokken lidstaat of die een aanvraag hebben ingediend voor bescherming overeenkomstig de nationale wetgeving, internationale verplichtingen of de rechtspraktijk van de lidstaten en over wier aanvraag geen definitief besluit is genomen;

d) onderdanen van derde landen die een aanvraag indienen om als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG in een lidstaat te mogen verblijven om een onderzoeksproject uit te voeren;

e) onderdanen van derde landen die gezinslid zijn van burgers van de Unie die hun recht van vrij verkeer binnen de Gemeenschap uitoefenen of hebben uitgeoefend overeenkomstig Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (16);

f) onderdanen van derde landen die de status van langdurig ingezetene in een lidstaat hebben overeenkomstig Richtlijn 2003/109/EG en hun recht uitoefenen om in een andere lidstaat te verblijven om daar een economische activiteit als werknemer of zelfstandige te verrichten;

g) onderdanen van derde landen die een lidstaat binnenkomen op grond van internationale overeenkomsten die de toegang en het tijdelijk verblijf van bepaalde categorieën natuurlijke personen in verband met handel en investeringen gemakkelijker maken;

h) onderdanen van derde landen die als seizoensarbeider zijn toegelaten tot het grondgebied van een lidstaat;

i) onderdanen van derde landen wier uitzetting op feitelijke of juridische gronden is opgeschort;

j) onderdanen van derde landen die onder Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (17) vallen, zolang deze op het grondgebied van de betrokken lidstaat ter beschikking zijn gesteld.

Bovendien is deze richtlijn niet van toepassing op onderdanen van derde landen en hun gezinsleden die, ongeacht hun nationaliteit, op grond van overeenkomsten tussen de Gemeenschap en haar lidstaten en die landen, rechten inzake vrij verkeer genieten die gelijkwaardig zijn aan die van de burgers van de Unie.

3. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan eventuele overeenkomsten tussen de Gemeenschap en/of haar lidstaten en een of meer derde landen waarin, om de menselijke hulpbronnen in de ontwikkelingslanden te beschermen, met het oog op een ethisch wervingsbeleid wordt bepaald welke beroepen niet onder deze richtlijn vallen omdat in de overeenkomstsluitende ontwikkelingslanden de betrokken sectoren te kampen hebben met een tekort aan arbeidskrachten.

4. Deze richtlijn doet niets af aan het recht van de lidstaten om, voor het verrichten van eender welk soort werk, andere verblijfsvergunningen dan een Europese blauwe kaart af te geven. Dergelijke verblijfsvergunningen verlenen geen recht op verblijf in de andere lidstaten als bepaald in deze richtlijn.