Artikel 1:453
geldendMentorschap ten behoeve van meerderjarigen
Tenzij uit wet of verdrag anders voortvloeit, is de betrokkene tijdens het mentorschap onbevoegd rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding.
Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde rechtshandelingen vertegenwoordigt de mentor de betrokkene in en buiten rechte, tenzij op grond van wet of verdrag vertegenwoordiging uitgesloten is. De mentor kan de betrokkene toestemming verlenen deze rechtshandelingen zelf te verrichten.
Ten aanzien van andere handelingen dan rechtshandelingen betreffende de in het eerste lid genoemde aangelegenheden treedt de mentor, voor zover de aard van de desbetreffende handeling dit toelaat, in plaats van de betrokkene op.
De mentor geeft aan de betrokkene raad in hem betreffende aangelegenheden van niet-vermogensrechtelijke aard en waakt over diens belangen ter zake.
Verzet de betrokkene zich tegen een handeling van ingrijpende aard in aangelegenheden als in het tweede en derde lid bedoeld, dan kan die handeling slechts plaatsvinden indien zij kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de betrokkene te voorkomen.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Personen- en familierecht; procesrecht. Mentorschap meerderjarigen (art. 1:450 BW). Betekenis art. 6 EVRM. Is behandelend psychiater gehoord als deskundige? Equality of arms. Hoor en wederhoor (art. 19 Rv), mogelijkheid betrokkene zich over brief van kliniek uit te laten.
Uitspraak op rechtspraak.nl