Artikel 1:392
geldendLevensonderhoud · Algemene bepalingen
Tot het verstrekken van levensonderhoud zijn op grond van bloed- of aanverwantschap gehouden:
de ouders;
de kinderen;
behuwdkinderen, schoonouders en stiefouders.
Deze verplichting bestaat, behalve wat betreft ouders en stiefouders jegens hun minderjarige kinderen en stiefkinderen en jegens hun kinderen bedoeld in artikel 395a van dit boek, slechts in geval van behoeftigheid van de tot levensonderhoud gerechtigde.
De in het eerste lid genoemde personen zijn niet verplicht levensonderhoud te verstrekken, voor zover dit van de echtgenoot of een vroegere echtgenoot dan wel de geregistreerde partner of vroegere geregistreerde partner overeenkomstig het in de vijfde titel a, zesde, negende of tiende titel van dit boek bepaalde kan worden verkregen.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Art. 1:392 BW, art. 1:401 BW. Diende hof rekening te houden met schulden waarop onderhoudsplichtige niet afloste? Diende hof in beginsel uit te gaan van ontbreken van draagkracht op grond dat onderhoudsplichtige gemeentelijke schuldhulpverlening ontving? Motiveringsklachten.
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen- en familierecht. Kinderalimentatie, in redelijkheid te verwerven inkomsten, verwijtbaar en voor herstel vatbaar inkomensverlies, fictieve draagkracht, art. 1:392 BW, art. 1:404 lid 1 BW.
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen- en familierecht. Partneralimentatie en kosten jongmeerderjarige. Is “behoeftigheid” van jongmeerderjarige vereist? Art. 1:392 lid 2 BW in verbinding met art. 1:395a BW. Onbegrijpelijk oordeel hof met betrekking tot berekening partneralimentatie.
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht; geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging partner- en kinderalimentatie; relevante wijziging van omstandigheden als bedoeld in art. 1:401 lid 1 BW; draagkracht alimentatieplichtige, maatstaf; invloed van onderhoudsplicht man als stiefouder van kinderen van nieuwe partner; gebrekkige motivering.
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen-en familierecht. Kinderalimentatie. Brengt het stelsel van de art. 1:392, 395 (a) en 397 BW een rangorde mee van de alimentatieverplichtingen indien meer personen (vader/stiefvader) op grond van bloed-of aanverwantschap tot het verstrekken van levensonderhoud gehouden zijn? Uit de wetsgeschiedenis betreffende art. 1:392 BW blijkt dat de wetgever het niet gewenst heeft geoordeeld te bepalen dat de wettelijke alimentatieplicht van een stiefouder subsidiair is aan die van de ouders. In beginsel zijn derhalve de vader en de stiefvader beiden gehouden tot het verstrekken van levensonderhoud aan de dochter. De rechter dient eerst vast te stellen of de draagkracht van beiden het betalen van een bijdrage toelaat. Indien zulks het geval is, moet de rechter vervolgens bij het vaststellen van de omvang van die bijdrage ingevolge art. 1:397 lid 2 behalve met ieders draagkracht, ook rekening houden met de bijzondere verhouding waarin ieder van beiden tot de gerechtigde staat.
Uitspraak op rechtspraak.nl