Nederlandse wetgeving

Artikel 1:356

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Voogdij · § Het bewind van de voogd

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 6 · § 10 · Geldig vanaf 1995-12-15

Bron
1.

Aanwijzingen en machtigingen, als in deze paragraaf bedoeld, geeft de kantonrechter slechts, indien dit hem in het belang van de minderjarige noodzakelijk, nuttig of wenselijk blijkt te zijn. Hij kan een bijzondere of een algemene machtiging geven en daaraan zodanige voorwaarden verbinden, als hij dienstig oordeelt.

2.

Hij kan een gegeven aanwijzing of machtiging te allen tijde intrekken of de daaraan verbonden voorwaarden wijzigen.