Nederlandse wetgeving

Artikel 1:268

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Beëindiging van het ouderlijk gezag

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 5 · Geldig vanaf 2025-07-01

Bron
1.

De rechtbank kan een ouder geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag schorsen indien:

a.

een ernstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 266, eerste lid, aanhef en onder a of b is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen, of

b.

een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar of van de minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid af te wenden en een ouder die het gezag uitoefent toestemming daarvoor weigert.

2.

Indien de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, wordt gedurende de schorsing van het gezag van één van hen het gezag door de andere ouder alleen uitgeoefend, tenzij de kinderrechter een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, met de voorlopige voogdij over de minderjarige belast. In dat geval is ook het gezag van deze ouder geschorst.

3.

Betreft de schorsing beide ouders of een ouder die alleen het gezag uitoefent, dan belast de rechtbank een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, met de voorlopige voogdij over de minderjarige. De gecertificeerde instelling heeft de bevoegdheden van een voogd.

4.

Artikel 267 is van overeenkomstige toepassing.

5.

De schorsing in de uitoefening van het gezag vervalt na verloop van drie maanden na de dag van de beschikking, tenzij voor het einde van deze termijn beëindiging van het gezag is verzocht.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2022-05-13 · ECLI:NL:HR:2022:684

Personen- en familierecht. Ouderlijk gezag. Beëindiging ouderlijk gezag voor duur van een jaar zonder dat een verzoek op de voet van art. 1:266-267 BW is ingediend. Biedt art. 1:253a BW daarvoor een grondslag?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2011-03-25 · ECLI:NL:HR:2011:BP0568

Familierecht. Gedwongen ontheffing van het ouderlijk gezag op de voet van art. 1:268 lid 2, aanhef en sub a, BW. (81 RO)

Uitspraak op rechtspraak.nl

2011-02-18 · ECLI:NL:HR:2011:BO9626

Familierecht. Gedwongen ontheffing ouder van gezag over kind op de voet van art. 1:268 lid 2 onder a BW. (art. 81 RO)

Uitspraak op rechtspraak.nl

2011-02-11 · ECLI:NL:HR:2011:BO9615

Familierecht. Verzoek tot ontheffing uit ouderlijk gezag; wettelijke maatstaf van art. 1:268 lid 2, aanhef en onder a, BW. Schending van de plicht betrokken minderjarige te horen?; art. 809 Rv. (81 RO)

Uitspraak op rechtspraak.nl

2011-02-11 · ECLI:NL:HR:2011:BO9625

Familierecht. Verzoek tot ontheffing uit ouderlijk gezag; art. 1:268 lid 2, onder a, jo. art. 1:254 lid 1 BW. (81 RO)

Uitspraak op rechtspraak.nl