Artikel 1:266
geldendHet gezag over minderjarige kinderen · Beëindiging van het ouderlijk gezag
De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen indien:
een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
de ouder het gezag misbruikt.
Het gezag van de ouder kan ook worden beëindigd indien het gezag is geschorst, mits aan het eerste lid is voldaan.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontbreken van wettelijke regeling voor geschillen over voogdij.
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilie- en jeugdrecht. Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling via geschillenregeling van art. 1:262b BW aan kinderrechter worden voorgelegd?
Uitspraak op rechtspraak.nlArt. 81 lid 1 RO. Jeugdbescherming. Art. 1:266 lid 1 BW. Art. 810a lid 2 Rv. Gezag van moeder over drie van haar kinderen beëindigd. Rechtvaardigen zorgen vóór uithuisplaatsing dat daarna niet meer is gewerkt aan terugkeer naar huis? Mocht verzoek om contra-expertise worden afgewezen?
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen- en familierecht. Ouderlijk gezag. Beëindiging ouderlijk gezag voor duur van een jaar zonder dat een verzoek op de voet van art. 1:266-267 BW is ingediend. Biedt art. 1:253a BW daarvoor een grondslag?
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag; art. 1:266 lid 1, onder a, BW. EHRM 10 september 2019, zaaknr. 37283/13 (Strand Lobben/Noorwegen).
Uitspraak op rechtspraak.nl