Nederlandse wetgeving

Artikel 1:267

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Beëindiging van het ouderlijk gezag

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 5 · Geldig vanaf 2015-01-01

Bron
1.

Beëindiging van het gezag kan worden uitgesproken op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Tevens is degene die niet de ouder is en de minderjarige gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek indien de raad voor de kinderbescherming niet tot een verzoek overgaat.

2.

Indien de raad niet tot een verzoek als bedoeld in het eerste lid overgaat nadat hij een verzoek tot onderzoek hiertoe van de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling over de minderjarige uitvoert, heeft ontvangen, deelt hij dit schriftelijk mee aan die gecertificeerde instelling. De gecertificeerde instelling kan na ontvangst van die mededeling de raad voor de kinderbescherming verzoeken het oordeel van de rechtbank te vragen of beëindiging van het gezag het noodzakelijk is. De raad voor de kinderbescherming die van de gecertificeerde instelling zodanig verzoek ontvangt, vraagt binnen twee weken na de dagtekening van dat verzoek het oordeel van de rechtbank of een beëindiging van het gezag moet volgen. In dat geval kan de rechtbank de beëindiging van het gezag ambtshalve uitspreken.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2022-05-13 · ECLI:NL:HR:2022:684

Personen- en familierecht. Ouderlijk gezag. Beëindiging ouderlijk gezag voor duur van een jaar zonder dat een verzoek op de voet van art. 1:266-267 BW is ingediend. Biedt art. 1:253a BW daarvoor een grondslag?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2018-03-30 · ECLI:NL:HR:2018:463

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incidenteel hoger beroep van elke ouder. Betekenis van art. 8 EVRM.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2018-03-30 · ECLI:NL:HR:2018:488

Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise van art. 810a lid 2 Rv.

Uitspraak op rechtspraak.nl