Nederlandse wetgeving

Artikel 1:265i

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Ondertoezichtstelling van minderjarigen

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 4 · Geldig vanaf 2023-01-01

Bron
1.

De gecertificeerde instelling behoeft de toestemming van de kinderrechter voor wijziging in het verblijf van een minderjarige die ten minste een jaar door een ander dan de ouder is opgevoed en verzorgd als behorende tot zijn gezin.

2.

De toestemming wordt door de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling verleend en slechts afgewezen indien de kinderrechter dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk oordeelt.

3.

Indien de kinderrechter het verzoek, bedoeld in het tweede lid, afwijst, kan hij tevens bepalen dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van kracht blijven voor ten hoogste een jaar. De gecertificeerde instelling is gehouden de machtiging tot uithuisplaatsing ten uitvoer te leggen.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2025-12-19 · ECLI:NL:HR:2025:1948

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontbreken van wettelijke regeling voor geschillen over voogdij.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2016-04-08 · ECLI:NL:HR:2016:609

Personen- en familierecht, appelprocesrecht. Geldt het rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv ook voor een beschikking ex art. 1:265i BW (wijziging verblijfplaats van een onder toezicht gestelde minderjarige)?

Uitspraak op rechtspraak.nl