Nederlandse wetgeving

Artikel 1:253p

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 3 · Geldig vanaf 2023-07-01

Bron
1.

In de gevallen waarin door de rechter het gezag wordt opgedragen aan beide ouders of aan een ouder alleen, neemt dit een aanvang zodra de desbetreffende beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, of, indien zij uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, daags nadat de beschikking is verstrekt of verzonden.

2.

Na de gerechtelijke ontbinding van het huwelijk of van het geregistreerd partnerschap of na scheiding van tafel en bed begint het gezag nochtans niet voordat de beschikking houdende ontbinding van het huwelijk of van het geregistreerd partnerschap is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand of voordat de beschikking houdende scheiding van tafel en bed is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister, aangewezen in artikel 116.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2018-08-31 · ECLI:NL:HR:2018:1414

Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Alimentatie. Laat de bijzondere regeling voor voorlopige voorzieningen tijdens de scheidingsprocedure (art. 821-826 Rv) ruimte voor het vaststellen van een voorlopige onderhoudsbijdrage voor de duur van het hoger beroep op de voet van art. 223 Rv wanneer de mogelijkheid daartoe op grond van de art. 821-826 Rv ontbreekt?

Uitspraak op rechtspraak.nl