Nederlandse wetgeving

Artikel 1:253l

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Ouderlijk gezag · § Het bewind van de ouders

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 2 · § 3 · Geldig vanaf 2015-01-01

Bron
1.

Elke ouder die het gezag over zijn kind uitoefent, heeft het vruchtgenot van diens vermogen. Indien het kind bij de ouder inwoont en anders dan incidenteel inkomen uit arbeid geniet, is het verplicht naar draagkracht bij te dragen in de kosten van de huishouding van het gezin.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in geval het gezag van de ouder is beëindigd, tenzij de andere ouder het gezag uitoefent.

3.

Aan bedoeld vruchtgenot zijn de lasten verbonden, die op vruchtgebruikers rusten.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2013-10-18 · ECLI:NL:HR:2013:983

Familierecht. Erfrecht. Erfdeel onder testamentair bewind totdat erfgenaam 22 jaar is. Renteopbrensten van onder bewind gesteld vermogen: burgerlijke vrucht? Art. 3:9 lid 2 BW. Ouderlijk vruchtgenot over renteopbrengsten? Art. 1:253l BW. Renteopbrengsten opeisbaar? Art. 4:175 lid 1, aanhef en onder b, BW. Bevoegdheid bewindvoerder. Art. 4:162 en 4:171 lid 1 BW. Belang bij beroep op niet-ontvankelijkheid?

Uitspraak op rechtspraak.nl