Nederlandse wetgeving

Artikel 1:253c

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Ouderlijk gezag

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 2 · Geldig vanaf 2014-04-01

Bron
1.

De tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, kan de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten.

2.

Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen indien:

a.

er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b.

afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

3.

Wanneer de andere ouder het gezag over het kind uitoefent, wordt het verzoek om de tot het gezag bevoegde ouder, bedoeld in het eerste lid, alleen met het gezag te belasten slechts ingewilligd, indien de rechtbank dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt.

4.

Wanneer niet in het gezag is voorzien of wanneer een voogd het gezag uitoefent, wordt het verzoek om de tot het gezag bevoegde ouder, bedoeld in het eerste lid, alleen met het gezag te belasten slechts afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

5.

Een verzoek om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten als bedoeld in het eerste lid, kan ook door de moeder uit wie het kind is geboren worden gedaan.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2025-12-05 · ECLI:NL:HR:2025:1853

Personen- en familierecht. Kan in één procedure verlening van vervangende toestemming voor erkenning van kind (art. 1:204 lid 3 BW) worden gecombineerd met toekenning van gezag over dat kind (art. 1:253c leden 2-4 BW)?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2024-11-29 · ECLI:NL:HR:2024:1775

Personen- en familierecht. Gezag. Kan gezamenlijk gezag waarmee de ouders bij rechterlijke beslissing op grond van art. 1:253c BW zijn belast, nadien door de rechter worden gewijzigd in eenhoofdig gezag, hoewel art. 1:253c BW niet wordt genoemd in art. 1:253n BW?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2022-04-08 · ECLI:NL:HR:2022:519

Art. 81 lid 1 RO. Familie- en jeugdrecht. Verzoek om gezamenlijk gezag. Klem-criterium (art. 1:253c lid 2 BW).

Uitspraak op rechtspraak.nl

2021-10-15 · ECLI:NL:HR:2021:1513

Personen- en familierecht. Kan bevel tot terugverhuizing worden gegeven aan een ouder die, toen deze ouder alleen met het gezag over het kind was belast, met onbekende bestemming is verhuisd? Eenhoofdig gezag en gezamenlijk gezag. Art. 1:247 lid 3 BW, art. 1:253a BW en art. 8 EVRM.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2020-03-27 · ECLI:NL:HR:2020:533

Personen- en familierecht. Gezag. Uitleg art. 1:253c lid 2 BW. Kan de rechter, indien hij oordeelt dat is voldaan aan het 'klemcriterium', toch gezamenlijk gezag toekennen?

Uitspraak op rechtspraak.nl