Artikel 1:244
geldendMinderjarigheid · Registers betreffende het over minderjarigen uitgeoefende gezag
Bij de rechtbanken, dan wel op een andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen plaats of plaatsen, berusten openbare registers, waarin aantekening gehouden wordt van rechtsfeiten die op het over minderjarigen uitgeoefende gezag betrekking hebben.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke rechtsfeiten aangetekend worden, op welke wijze deze aantekening geschiedt en op welke wijze verstrekking van aangetekende gegevens plaatsvindt.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Personen- en familierecht. Kan in één procedure verlening van vervangende toestemming voor erkenning van kind (art. 1:204 lid 3 BW) worden gecombineerd met toekenning van gezag over dat kind (art. 1:253c leden 2-4 BW)?
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht. Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Omgangsregeling ouder met kind. Hoofdverblijfplaats kind. Overgangsrecht. Beëindiging samenleving ongehuwde ouders van wie het gezag op de voet van art. 1:252 lid 1 BW is aangetekend in het in art. 1:244 BW bedoelde gezagsregister. Op verzoeken die zijn ingediend vóór datum inwerkingtreding wet zijn nieuwe processuele vereisten niet van toepassing. De in art. 1:253a lid 3 BW voorziene aanhouding is een nieuw processueel vereiste. Rechter hoeft niet in verband met de inwerkingtreding van deze wet steeds uit te gaan van een gelijke verdeling van de hoofdverblijfplaats van het kind en van een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen beide ouders. Door wetgever tot uitgangspunt genomen gelijkwaardigheid tussen beide ouders brengt niet mee dat bij beslissing over hoofdverblijfplaats van minderjarig kind en verdeling zorg- en opvoedingstaken het belang van het minderjarige kind niet het zwaarst zou mogen wegen. De in art. 1:247 BW neergelegde gelijkwaardigheid van de ouders verplicht niet tot een gelijke (50%-50%) verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt.
Uitspraak op rechtspraak.nlGeschil tussen ongehuwde vader en moeder over gezamenlijk gezag over hun minderjarig kind; niet-ontvankelijkheid op grond van art. 1:252 BW een ongeoorloofde beperking van het door art. 6 lid 1 EVRM aan de vader gegarandeerde recht op toegang tot de rechter ter vaststelling van zijn aan art. 8 lid 1 EVRM ontleende recht op ‘the exercise of parental rights’?; uitleg van art. 1:253c lid 1 en art. 1:253e BW; Hoge Raad komt niet terug van HR 27 mei 2005, R04/088, NJ 2005, 485.
Uitspraak op rechtspraak.nl