Dutch Legislation

Article 2x

in force

National visas · Terugkeervisum

Aliens Act 2000 (Vw 2000) · Chapter 1a · Section 3 · In force since 2013-06-01

Source
1.

A return visa may be refused if:

a.

the foreign national has not demonstrated, by submitting documents, that there is an urgent reason which does not allow for a postponement of departure;

b.

the foreign national does not independently possess a valid document for crossing borders;

c.

the foreign national has, during his stay in the Netherlands, evaded supervision measures pursuant to this Act;

d.

objections exist against the departure of the foreign national from the Netherlands from the perspective of supervision pursuant to this Act, the investigation or prosecution of criminal offences, the execution of a judgment, or for other compelling reasons;

e.

it is reasonable in the opinion of Our Minister that a decision as referred to in Article 8, part f, g or h, can be expected within the period of validity of the return visa;

f.

the foreign national is awaiting the decision on their application for a residence permit as referred to in Article 14, or is awaiting the decision on a notice of objection or an appeal against such a decision, and did not possess the required provisional residence permit (machtiging tot voorlopig verblijf) corresponding to the purpose of stay for which the residence permit was applied for, or has not been exempted or granted a waiver from the obligation to possess a provisional residence permit pursuant to the provisions of or under this Act; or

g.

the foreign national constitutes a danger to public order or national security, or has been guilty of or is suspected of terrorism, war crimes, or other crimes against humanity.

2.

By or pursuant to an order in council, rules may be established regarding the application of the grounds referred to in the first paragraph.

1.

Een terugkeervisum kan worden geweigerd indien:

a.

de vreemdeling niet door overlegging van documenten aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een dringende reden die geen uitstel van vertrek mogelijk maakt;

b.

de vreemdeling niet zelfstandig beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding;

c.

de vreemdeling zich gedurende zijn verblijf in Nederland aan maatregelen van toezicht op grond van deze wet heeft onttrokken;

d.

uit oogpunt van toezicht op grond van deze wet, opsporing of vervolging van strafbare feiten, tenuitvoerlegging van een vonnis of om andere gewichtige redenen bezwaar bestaat tegen vertrek uit Nederland van de vreemdeling;

e.

het naar het oordeel van Onze Minister in de rede ligt dat binnen de geldigheidsduur van het terugkeervisum een beslissing als bedoeld in artikel 8, onderdeel f, g of h, kan worden verwacht;

f.

de vreemdeling in afwachting is van de beslissing op diens aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 dan wel in afwachting is van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift tegen een dergelijke beslissing en niet heeft beschikt over de vereiste machtiging tot voorlopig verblijf, overeenkomend met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd, dan wel niet op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet van de verplichting tot het beschikken over een machtiging tot voorlopig verblijf is vrijgesteld of ontheven; of

g.

de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan of verdacht wordt van terrorisme, oorlogsmisdaden, of andere misdaden tegen de menselijkheid.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid.