Dutch Legislation

Article 6.5

in force

Departure and expulsion · Verhaal kosten van uitzetting

Aliens Regulation 2000 (VV 2000) · Chapter 6 · Section 2 · In force since 2019-10-01

Source
1.

The entry ban, referred to in Article 66a of the Act, shall be issued, amended or revoked by the competent official of the Immigration and Naturalisation Service, the competent official of the Repatriation and Departure Service or the official referred to in Article 47, paragraph 1, under a and b, of the Act, who is also an assistant public prosecutor, or by the official of the police or of the Royal Netherlands Marechaussee (Koninklijke marechaussee) with sufficient knowledge and expertise in this matter who has been designated for that purpose by the chief of police or the Commander of the Royal Netherlands Marechaussee, respectively.

2.

The entry ban shall be issued, amended or revoked by the official of the Immigration and Naturalisation Service who is competent to do so, if the legal consequences referred to in Article 66a, paragraph 7, of the Act are attached thereto.

3.

If the entry ban is issued, the foreign national shall be informed, either orally or in writing, in a language that the foreign national understands or may reasonably be expected to understand, of its content and legal consequences, and the foreign national shall be informed of the possibility to seek legal remedies against it.

1.

Het inreisverbod, bedoeld in artikel 66a van de Wet, wordt uitgevaardigd, gewijzigd of opgeheven door de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de daartoe bevoegde ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek of de ambtenaar, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van politie of van de Koninklijke marechaussee die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der Koninklijke marechaussee.

2.

Het inreisverbod wordt uitgevaardigd, gewijzigd of opgeheven door de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd is, indien daaraan de rechtgevolgen, bedoeld in artikel 66a, zevende lid, van de Wet, zijn verbonden.

3.

Indien het inreisverbod wordt uitgevaardigd, wordt in een taal die de vreemdeling begrijpt of redelijkerwijze geacht mag worden te begrijpen mondeling of schriftelijk op de inhoud en de rechtsgevolgen daarvan gewezen, en wordt de vreemdeling gewezen op de mogelijkheid daartegen rechtsmiddelen aan te wenden.