Article 270
in forceThe petition procedure in first instance · Relative jurisdiction
If the court, if necessary of its own motion, decides that not it, but another court of equal rank has jurisdiction, it shall refer the case in the state in which it finds itself to that other court. The clerk of the court shall send a copy of the order to the court to which the case has been referred. Referral as referred to in this paragraph shall not take place if the petitioner and the summoned interested parties have indicated that they do not wish for a referral.
In cases concerning divorce, legal separation (scheiding van tafel en bed), dissolution of marriage after legal separation and dissolution of a registered partnership, and related petitions for a provisional measure or an ancillary measure, a referral as referred to in the first paragraph shall only take place if the other spouse or registered partner contests the jurisdiction.
No remedy shall be available against a decision whereby a challenge to jurisdiction is rejected or the case is referred to another court. The court to which the case has been referred shall be bound by that referral. The preceding sentence shall not apply if the court also declares itself to lack absolute jurisdiction and refers the case to a higher court.
Indien de rechter, zonodig ambtshalve, beslist dat niet hij, maar een andere rechter van gelijke rang bevoegd is, verwijst hij de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, naar die andere rechter. De griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de rechter naar wie de zaak is verwezen. Verwijzing als bedoeld in dit lid vindt niet plaats indien de verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden hebben aangegeven dat zij geen verwijzing wensen.
In zaken met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed en ontbinding van een geregistreerd partnerschap en daarmee verband houdende verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening of een nevenvoorziening, vindt een verwijzing als bedoeld in het eerste lid slechts plaats indien de andere echtgenoot of geregistreerde partner de bevoegdheid betwist.
Tegen de beslissing waarbij een betwisting van bevoegdheid wordt verworpen of de zaak naar een andere rechter wordt verwezen, is geen hogere voorziening toegelaten. De rechter naar wie de zaak is verwezen, is aan die verwijzing gebonden. De vorige zin mist toepassing indien de rechter zich tevens absoluut onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een hogere rechter.