Article 7:727
in forceEmployment contract · Special provisions regarding the maritime employment agreement
Except in the cases mentioned in Article 679, paragraph 2, urgent reasons for the seafarer shall be deemed to be present when:
he is given orders that are in conflict with the seafarer's employment agreement or with the legal obligations of the seafarer;
the seagoing vessel is destined for a port of a country involved in an armed conflict or for a port that is blockaded, unless the seafarer's employment agreement expressly provides for this and was entered into after the outbreak of the conflict or after the announcement of the blockade;
he is ordered to depart for a hostile port;
the seagoing vessel is used in an armed conflict;
the seagoing vessel is used for the commission of offences;
danger of maltreatment by another seafarer threatens him on board;
the accommodation, the food or the drinking water on board does not comply with the provisions pursuant to Article 4, paragraph 3, of the Seafarers Act (Wet bemanning zeeschepen) to such an extent that it is harmful to the health of the seafarers;
the seagoing ship loses the right to fly the flag of the Kingdom;
the seafarer’s employment agreement has been entered into for one or more specific voyages and the sea-going vessel undertakes other voyages.
Behalve in de gevallen, genoemd in artikel 679 lid 2, zullen voor de zeevarende dringende redenen aanwezig geacht kunnen worden, wanneer:
hem orders worden gegeven die in strijd zijn met de zee-arbeidsovereenkomst of met wettelijke verplichtingen van de zeevarende;
het zeeschip bestemd wordt naar een haven van een land dat in een gewapend conflict is gewikkeld of naar een haven die is geblokkeerd, tenzij de zee-arbeidsovereenkomst dit uitdrukkelijk voorziet en is aangegaan na het uitbreken van het conflict of na het afkondigen van de blokkade;
hem orders worden gegeven te vertrekken naar een vijandelijke haven;
het zeeschip wordt gebruikt in een gewapend conflict;
het zeeschip wordt gebruikt voor het plegen van misdrijven;
voor hem aan boord gevaar voor mishandeling door een andere zeevarende dreigt;
de accommodatie, de voeding of het drinkwater aan boord niet voldoet aan het bepaalde krachtens artikel 4, derde lid, van de Wet bemanning zeeschepen zodanig dat dit schadelijk is voor de gezondheid van de zeevarenden;
het zeeschip het recht verliest de vlag van het Koninkrijk te voeren;
de zee-arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een of meer bepaalde reizen en het zeeschip andere reizen maakt.