Nederlandse wetgeving

Artikel 216

geldend

Van chèques, en van promessen en quitantiën aan toonder · Van de gekruiste chèque en van de verrekeningschèque

Wetboek van Koophandel — Eerste Boek · Boek 1 Van den koophandel in het algemeen · Titel 7 · Afdeling 5 · Geldig vanaf 1934-07-01

Bron
1.

De trekker, alsmede de houder van eene chèque, kan verbieden, dat deze in baar geld betaald wordt door op de voorzijde in schuinsche richting te vermelden: "in rekening te brengen", of een soortgelijke uitdrukking op te nemen.

2.

In dat geval mag de chèque den betrokkene slechts aanleiding geven tot eene boeking (rekening-courant, giro of schuldvergelijking). De boeking geldt als betaling.

3.

De doorhaling van de vermelding: "in rekening te brengen" wordt geacht niet te zijn geschied.

4.

De betrokkene, die de bovenstaande bepalingen niet naleeft, is verantwoordelijk voor de schade tot beloop van het bedrag van de chèque.