Nederlandse wetgeving

Artikel 174

geldend

Van wisselbrieven en orderbriefjes · Van orderbriefjes

Wetboek van Koophandel — Eerste Boek · Titel 6 · Afdeling 13 · Geldig vanaf 1934-01-01

Bron

Het orderbriefje behelst:

1°.

hetzij de orderclausule, hetzij de benaming "orderbriefje" of "promesse aan order", opgenomen in den tekst zelf, en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;

2°.

de onvoorwaardelijke belofte een bepaalde som te betalen;

3°.

de aanwijzing van den vervaldag;

4°.

die van de plaats, waar de betaling moet geschieden;

5°.

den naam van dengene, aan wien of aan wiens order de betaling moet worden gedaan;

6°.

de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar het orderbiljet is onderteekend;

7°.

de handteekening van hem, die den titel uitgeeft (onderteekenaar).