Nederlandse wetgeving

Artikel 18

geldend

Van de opsporing

Wet op de economische delicten (WED) · Titel III · Geldig vanaf 1998-01-01

Bron
1.

De opsporingsambtenaren zijn in het belang van de opsporing bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.

2.

Voor inbeslagneming van voorwerpen ter verbeurdverklaring uit hoofde van artikel 7, onder e, behoeven zij evenwel de machtiging van de officier van justitie.