Nederlandse wetgeving

Artikel 14b

geldend

Onderzoek en toezicht

Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) · Hoofdstuk 4 · Geldig vanaf 2026-07-01

Bron
1.

Voor zover noodzakelijk voor de verlening, weigering, schorsing, intrekking of ambtshalve verlenging van de geldigheidsduur van de toelating verstrekken de inspectie-instellingen op verzoek en kosteloos aan Onze Minister gegevens en inlichtingen die zijn verkregen bij de totstandkoming van het rapport, bedoeld in artikel 12r, eerste lid.

2.

De inspectie-instellingen maken bij het verwerken van persoonsgegevens gebruik van het burgerservicenummer slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de bij of krachtens deze wet aan inspectie-instellingen toegekende taken.

3.

Voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in paragrafen 2 en 3, van hoofdstuk 3a onderscheidenlijk het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 12c, eerste, tweede en derde lid, artikel 12d, eerste en tweede lid, artikel 12h, tweede en derde lid, en artikel 12n, tweede en derde lid, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat uit eigen beweging of op verzoek kosteloos nader te bepalen gegevens en inlichtingen worden verstrekt aan Onze Minister onderscheidenlijk de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, en 18 eerste lid, door:

a.

instellingen als bedoeld in artikel 12b, onderdelen a en b, in verband met de uitvoering van hun wettelijke taak onderscheidenlijk de verlening van certificaten voor de kwaliteit van huisvesting van arbeidskrachten, met dien verstande dat de instellingen, bedoeld in onderdeel b van dat artikel, de gegevens en inlichtingen door tussenkomst van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rechtspersoon verstrekken;

b.

door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde instellingen die in verband met de verlening van vrijwillige certificaten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten conformiteitsbeoordelingen uitvoeren, met dien verstande dat de gegevens en inlichtingen door tussenkomst van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rechtspersoon worden verstrekt;

c.

een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die door de organisaties van werkgevers en werknemers is belast of mede is belast met het toezicht op de naleving van collectieve arbeidsovereenkomsten.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in de artikelen 13, eerste lid, en 18, eerste lid, van deze wet, alsmede Onze Minister uit eigen beweging of op verzoek kosteloos aan de instanties, bedoeld in het derde lid, gegevens en inlichtingen verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun in dat lid vermelde taak.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

a.

de inhoud van de gegevens die worden verwerkt, de actualiteit daarvan, alsmede de periodiciteit van de verstrekking daarvan, alsmede de bewaartermijn daarvan;

b.

de wijze waarop de verwerking van de gegevens plaatsvindt;

c.

de wijze waarop door passende technische en organisatorische maatregelen deze gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;

d.

de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de verwerkte gegevens slechts worden verwerkt voor het in dit artikel bepaalde doel, alsmede hoe daarop wordt toegezien.

6.

Een ieder die kennis neemt van de gegevens die bij of krachtens dit artikel worden verstrekt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens. De plicht tot geheimhouding geldt niet voor zover een persoon krachtens enig wettelijk voorschrift tot mededeling is verplicht.