Nederlandse wetgeving

Artikel 83b

geldend

Rechtsmiddelen · Asiel

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 7 · Afdeling 3 · Geldig vanaf 2026-06-12

Bron
1.

De rechtbank doet binnen vier weken na het instellen van het beroep uitspraak, indien:

a.

de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28:

1°.

niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30;

2°.

niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a;

3°.

is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b;

4°.

buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c; of

b.

het beroep zich richt tegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 62b.

2.

In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen twaalf weken, dan wel zestien weken indien artikel 67, elfde lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, gerekend vanaf de datum van registratie van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien de aanvraag is behandeld in de asielgrensprocedure. Deze termijn kan niet worden verlengd.

3.

In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen drieëntwintig weken na het instellen van het beroep, indien:

a.

de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingewilligd op grond van artikel 29a;

b.

de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of

c.

de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van artikel 32.

4.

In de gevallen, bedoeld in het eerste en derde lid, is artikel 8:52, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2025-09-22 · ECLI:NL:RVS:2025:4442

Bij mondelinge uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-09-22 · ECLI:NL:RVS:2025:4443

Bij besluit van 18 april 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A. Jankie, advocaat in Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-07-22 · ECLI:NL:RVS:2025:3347

Bij besluit van 16 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2024-11-28 · ECLI:NL:RVS:2024:4844

Bij besluiten van 13 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdelingen vrijheidsontnemende maatregelen opgelegd

Uitspraak op rechtspraak.nl

2024-07-31 · ECLI:NL:RVS:2024:3060

Bij besluit van 16 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Uitspraak op rechtspraak.nl