Nederlandse wetgeving

Artikel 63

geldend

Vertrek, uitzetting en overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring · Uitzetting en overdracht

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 6 · Afdeling 2 · Geldig vanaf 2003-09-01

Bron
1.

De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft en die niet binnen de bij deze wet gestelde termijn Nederland uit eigen beweging heeft verlaten, kan worden uitgezet.

2.

Onze Minister is bevoegd tot uitzetting.

3.

Indien de werking van de beschikking waarbij de aanvraag is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken is opgeschort, kan van de vreemdeling medewerking worden gevorderd aan de voorbereiding van de uitzetting.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2025-11-19 · ECLI:NL:RVS:2025:5547

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. De minister heeft de asielaanvraag van appellant met de Nigeriaanse nationaliteit afgewezen. De minister heeft het door appellant gestelde lidmaatschap van de Indigenous People of Biafra, een groepering die door de Nigeriaanse autoriteiten wordt gezien als een terroristische organisatie, en de als gevolg daarvan gestelde problemen, ongeloofwaardig geacht. Hangende beroep heeft de minister appellant op 20 oktober 2022 in persoon gepresenteerd bij de Nigeriaanse autoriteiten. De rechtbank heeft overwogen dat het weliswaar onzorgvuldig is dat de minister appellant heeft gepresenteerd in persoon voordat de rechtbank uitspraak had gedaan, maar dat het niet aannemelijk is dat de Nigeriaanse autoriteiten appellant als gevolg daarvan een politieke overtuiging zullen toedichten. Uit het gespreksverslag van de Dienst Terugkeer en Vertrek van 20 oktober 2022 van de presentatie in persoon, volgt niet dat appellant over zijn gestelde lidmaatschap van de IPOB heeft verklaard, aldus de rechtbank. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister hangende beroep een vreemdeling mag presenteren in persoon bij de autoriteiten van zijn vermoedelijke land van herkomst. De andere uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2025:5548, gaat over de vraag of de minister hangende beroep in het kader van een aanvraag voor een laissez-passer persoonsgegevens van een vreemdeling mag verstrekken aan de autoriteiten van zijn vermoedelijke land van herkomst.

Uitspraak op rechtspraak.nl