Artikel 32
geldendVerblijf · De verblijfsvergunning asiel
Onze Minister trekt de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29, in overeenkomstig de artikelen 65 en 66 van de Procedureverordening op grond van artikel 14 van de Kwalificatieverordening.
Onze Minister trekt de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29a, in overeenkomstig de artikelen 65 en 66 van de Procedureverordening op grond van artikel 19 van de Kwalificatieverordening.
Bij toepassing van het eerste, tweede of zesde lid, trekt Onze Minister gelijktijdig de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29b, 29c of 29d, in die is verleend aan het gezinslid van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning asiel met toepassing van het eerste of tweede lid is ingetrokken of ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan het zesde lid.
Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29b, voorts intrekken in de gevallen bedoeld in artikel 23, derde tot en met vijfde lid, van de Kwalificatieverordening.
Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29c en 29d voorts intrekken, indien:
de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid;
de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;
de gronden voor verlening, bedoeld in de artikelen 29c of 29d, zijn komen te vervallen;
het gezinslid niet of niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt met de vreemdeling die internationale bescherming geniet en die houder is van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a.
Bij de afsluiting, bedoeld in artikel 66, zesde lid, van de Procedureverordening, vermeldt Onze Minister dat in het dossier van de vreemdeling en vermeldt hij daarbij de rechtsgrond voor die afsluiting.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over dit artikel.
Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.
Bij besluiten van 6 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkenen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Betrokkenen vormen een gezin van twee ouders met hun twee meerderjarige dochters. Zij hebben de Iraanse nationaliteit. De minister heeft aan de moeder en de twee dochters op 7 augustus 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, omdat hij geloofwaardig achtte dat zij bekeerd zijn. De vader is zijn gezin later nagereisd en de minister heeft aan hem op 29 maart 2018 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. In de besluiten van 6 mei 2022 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat betrokkenen met behulp van de juridisch adviseur valse verklaringen hebben afgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de vergunningen mocht intrekken en hoe een herbeoordeling in een geval als dit moet plaats vinden.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluiten van 21 december 2023, aangevuld op 10 februari 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Appellanten vormen een gezin van een moeder met haar twee meerderjarige zonen. Zij hebben allen de Iraanse nationaliteit. De minister heeft aan de moeder en haar destijds minderjarige zoon na een initiële afwijzing van de asielaanvragen met ingang van 21 september 2017 alsnog een verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, omdat hij de problemen van de moeder als gevolg van haar afvalligheid geloofwaardig achtte. Aan de destijds al meerderjarige zoon heeft de minister een zelfstandige verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, omdat hij de problemen van zijn moeder geloofwaardig achtte. In het besluit van 21 december 2023, aangevuld op 10 februari 2025, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de moeder met behulp van de juridisch adviseur valse verklaringen heeft afgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de vergunningen mocht intrekken en over de vraag hoe een herbeoordeling in een geval als dit moet plaatsvinden.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij verwijzingsuitspraak van 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3275, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de door haar gestelde vragen over de behandeling van asielverzoeken van personen die door Griekenland zijn erkend als vluchteling. Deze uitspraak gaat over de vraag hoe de minister moet omgaan met asielaanvragen van personen die door een andere lidstaat zijn erkend als vluchteling. In deze zaak was Griekenland de statusverlenende lidstaat.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken en geweigerd hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 30 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.
Uitspraak op rechtspraak.nl