Nederlandse wetgeving

Artikel 14

geldend

Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap · Geldig vanaf 2016-07-14

Bron
1.

De Staten die Partij zijn waarborgen dat personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen:

a.

het recht op vrijheid en veiligheid van hun persoon genieten;

b.

niet onrechtmatig of willekeurig van hun vrijheid worden beroofd, en dat iedere vorm van vrijheidsontneming geschiedt in overeenstemming met de wet, en dat het bestaan van een handicap in geen geval vrijheidsontneming rechtvaardigt.

2.

De Staten die Partij zijn waarborgen dat indien personen met een handicap op grond van enig proces van hun vrijheid worden beroofd, zij op voet van gelijkheid met anderen recht hebben op de waarborgen in overeenstemming met internationale mensenrechtenverdragen en in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van dit Verdrag worden behandeld, met inbegrip van de verschaffing van redelijke aanpassingen.