Paragraaf C6/8
geldendOverige onderdelen van de toets · Intrekkingen en verlengingen
Indien de IND heeft geconcludeerd dat een intrekkingsgrond van toepassing is en heeft geconcludeerd dat de verleende verblijfsvergunning asiel ingetrokken moet worden, kan de intrekkingsprocedure de volgende onderdelen bevatten:
de ex-nunc beoordeling;
de ambtshalve toets;
de beoordeling van de actuele vrees bij terugkeer (terugkeerbeletsel);
het nemen van een terugkeerbesluit; en
het opleggen van een maatregel.
Deze worden hieronder verder uitgewerkt. Vervolgens wordt toegelicht hoe de beoordeling er in verschillende situaties uit komt te zien.
8.1 De ex nunc beoordeling
De ex nunc beoordeling houdt in dat de IND beoordeelt of op het moment van herbeoordelen alsnog aannemelijk is dat de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst en op grond daarvan in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 of 29a Vw. Dit geldt voor vreemdelingen die een internationale beschermingsstatus hebben, maar ook voor vreemdelingen die op dit moment een afgeleide asielstatus hebben op grond van meereis of nareis en waarvan de vergunning wordt ingetrokken.
Het is aan de vreemdeling om gedurende de intrekkingsprocedure aannemelijk te maken dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. De vreemdeling kan dit op ieder gewenst moment doen, waaronder in de zienswijze en tijdens het gehoor. De IND betrekt deze gronden in de besluitvorming van het intrekkingsbesluit. In deze beoordeling betrekt de IND of de eerdere intrekkingsgrond alsnog in de weg staat aan de verlening van de status en de daarmee samenhangende vergunning. Indien de vreemdeling niet meewerkt, vormt het ontbreken van een verklaring, conform artikel 66, vijfde lid, Procedureverordening geen beletsel om een beslissing tot intrekking van de internationale bescherming te nemen.
Indien de IND tot de conclusie komt dat de vreemdeling in aanmerking komt voor bescherming op een andere grond dan waarvoor de huidige vergunning is afgegeven, maakt de IND een tweeledig besluit op waarin de IND de huidige asielstatus intrekt op grond van de intrekkingsgrond die van toepassing is. Tegelijk wordt gemotiveerd op welke grond de vreemdeling (alsnog) in aanmerking komt voor een internationale beschermingsstatus.
Een ex nunc toets wordt niet gedaan om te beoordelen of de vreemdeling opnieuw in aanmerking komt voor een afgeleide vergunning. In het kader van ex nunc wordt namelijk beoordeeld of er sprake is van een actuele vrees bij terugkeer. Bij de afgeleide vergunning is vanwege de aard van de vergunning geen sprake van (zelfstandige) vrees bij terugkeer.
Openbare orde
Indien er sprake is van openbare orde aspecten die een eerste indicatie geven voor een herbeoordeling van de status, beoordeelt de IND of er sprake is van één of meerdere intrekkingsgronden. Indien de vreemdeling opgehouden is vluchteling of subsidiair beschermde te zijn, wordt in beginsel ingetrokken op het vervallen van de verleningsgrond. De IND betrekt de openbare orde of nationale veiligheidsaspecten wel bij de beoordeling of een maatregel opgelegd moet worden.
8.2 Ambtshalve toets
Als de IND de verblijfsvergunning asiel intrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling in aanmerking komt voor:
een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.6a, eerste en vijfde lid, Vb en de onder de in dit artikel genoemde beperkingen; of
uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie verder paragraaf C1/7 Vc onder ‘ambtshalve toets’).
Als er een zwaar inreisverbod is of wordt opgelegd, laat de IND de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM. Zie hiervoor C1/7 Vc.
Daarnaast blijft bij het vervallen van de verleningsgrond de ambtshalve toets achterwege in de situatie wanneer de vreemdeling niet in Nederland verblijft.
8.3 Beoordeling actuele vrees bij terugkeer (terugkeerbeletsel)
Aan de hand van de ex nunc beoordeling, concludeert de IND of de vreemdeling een (actuele) gegronde vrees heeft om vervolgd te worden of een (actueel) reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst of derde land. Indien dat het geval is, is er sprake van een terugkeerbeletsel. Indien de IND beoordeelt dat er sprake is van een terugkeerbeletsel, legt de IND geen terugkeerbesluit op. Paragraaf C3/3.3.2.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
8.4 Het nemen van een terugkeerbesluit
Indien de IND de verblijfsvergunning asiel intrekt en heeft beoordeeld dat er geen sprake is van een terugkeerbeletsel, neemt de IND een terugkeerbesluit. Paragraaf A3/1.1 Vc is van overeenkomstige toepassing.
8.5 Het opleggen van een maatregel
Indien de IND de verblijfsvergunning asiel heeft ingetrokken, heeft beoordeeld dat er geen sprake is van een terugkeerbeletsel en daarom een terugkeerbesluit genomen heeft, beoordeelt de IND of er een maatregel opgelegd moet worden. Het kan hier gaan om een (zwaar) inreisverbod, een ongewenstverklaring en een Besluit tot Signalering. Zie hiervoor hoofdstuk A4 Vc.
Als de IND de verblijfsvergunning asiel intrekt en heeft beoordeeld dat er wel sprake is van een terugkeerbeletsel, beoordeelt de IND of er een Besluit tot Signalering dan wel ongewenstverklaring moet worden opgelegd. Zie hiervoor paragrafen A4/3 en A4/4 Vc.