Paragraaf C1/5
geldendHet persoonlijk onderhoud · Asielprocedure
5.1 Algemeen
In artikel 12 Procedureverordening staat dat de vreemdeling voor het nemen van een beslissing op de aanvraag in de gelegenheid moet worden gesteld een persoonlijk onderhoud te hebben over de inhoud van het verzoek. Hiervan kan worden afgezien in de gevallen genoemd in artikel 13, elfde lid Procedureverordening.
Voor de leesbaarheid wordt verder gesproken over ‘gehoor’.
Tijdens dit gehoor stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek. De vreemdeling wordt verder in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn of haar verklaringen.
Indien van toepassing kan de IND de vreemdeling tijdens het gehoor bevragen over overige onderwerpen die van belang zijn voor de behandeling van de asielaanvraag. Het kan hier onder meer gaan om vragen in het kader van een binnenlands beschermingsalternatief, veilig derde land, openbare orde aspecten, de ambtshalve toetsing en het opleggen van een terugkeerbesluit en/of maatregel en/of signalering.
Het gehoor vindt plaats in omstandigheden die privacy en vertrouwelijkheid garanderen en vreemdelingen de mogelijkheid bieden de redenen voor hun verzoek uitvoerig toe te lichten.
Een vreemdeling kan op grond van artikel 13, negende lid Procedureverordening de IND verzoeken door een vrouwelijke of mannelijke ambtenaar van de IND gehoord te worden.
De IND voldoet aan dit verzoek, als dat mogelijk is. De IND hoeft niet tegemoet te komen aan dit verzoek als de uitzonderingssituatie van artikel 13, negende lid Procedureverordening van toepassing is.
5.2 Minderjarige vreemdelingen
De IND stelt een minderjarige in de gelegenheid een gehoor te hebben, tenzij dit niet in het belang van het kind is. In dat geval motiveert de IND, waarom de minderjarige geen gelegenheid is geboden om gehoord te worden.
Begeleide minderjarigen kunnen, als ze dat wensen, hun mening schriftelijk naar voren brengen.
Het minderjarige kind en/of de ouder(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger wordt door de IND verzocht aan te geven of de minderjarige gehoord wenst te worden. Dit verzoek wordt zo spoedig aan het minderjarige kind en/of de ouders(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger gedaan.
De IND houdt bij het horen van minderjarigen rekening met de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en de belasting van de minderjarige.
De IND hoort een niet-begeleide minderjarige vreemdeling jonger dan twaalf jaar in beginsel in een speciale daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. De IND hoort een begeleide minderjarige vreemdeling in beginsel niet in een speciaal daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. Als uit een pedagogisch of psychologisch onderzoek blijkt dat een vreemdeling jonger dan twaalf jaar problemen heeft die een gehoor belemmeren, zoekt de IND naar een wijze waarop het nader gehoor kan worden afgenomen, dan wel naar een andere passende oplossing. Gelet op artikel 23, achtste lid, Procedureverordening hebben de vertegenwoordiger en de gemachtigde tijdens het gehoor de gelegenheid vragen te stellen of opmerkingen te maken binnen het kader dat is vastgesteld door de persoon die het onderhoud voert.
5.3 Tolk
Tijdens het gehoor is een tolk beschikbaar die ervoor kan zorgen dat de communicatie tussen de vreemdeling en de persoon die het gehoor voert, goed verloopt, indien een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd.
De vreemdeling wordt gehoord in een taal waaraan hij de voorkeur geeft. Indien echter binnen een redelijke termijn geen tolk beschikbaar is, kan een andere taal worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. De IND hanteert hierbij het uitgangspunt dat de vreemdeling wordt gehoord in een taal waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan.
De IND beschouwt als talen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan in ieder geval:
de officiële taal of één van de officiële talen van het gestelde land van herkomst van de vreemdeling;
één van de lokale voertalen waarin in het gestelde land van herkomst van de vreemdeling onderwijs wordt gegeven;
een taal die in de gestelde streek van herkomst van de vreemdeling feitelijk door een meerderheid van de bevolking wordt gesproken; en
een voertaal of handelstaal die in het gestelde land van herkomst van de vreemdeling op nationaal of regionaal niveau feitelijk tussen sprekers van verschillende talen wordt gebruikt.
Als een vreemdeling stelt tot een minderheid in het land van herkomst te behoren, veronderstelt de IND dat hij naast ten minste één taal die valt onder de hierboven genoemde soorten talen, ook de lokale taal of het dialect van de gestelde minderheid verstaat.
Voor wat betreft een verzoek van de vreemdeling ten aanzien van het geslacht van de tolk is paragraaf C1/5.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
De gemachtigde van de vreemdeling mag op grond van artikel 13, dertiende lid Procedureverordening bij het gehoor aanwezig zijn. Aan het einde van het persoonlijk onderhoud wordt de gemachtigde en eventueel een ander persoon die aanwezig is tijdens het gehoor in gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De gemachtigde en eventueel een ander persoon mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.
5.4 Verslag, opname en correcties en aanvullingen
De IND stelt een uitvoerig en feitelijk verslag (rapport) van het gehoor op, dat in het dossier van de vreemdeling wordt opgenomen. Daarnaast wordt van het gehoor een geluidsopname gemaakt, die ook in het dossier wordt opgenomen. De vreemdeling wordt vooraf in kennis gesteld van het feit dat er een opname wordt gemaakt.
De vreemdeling en zijn gemachtigde hebben zo snel mogelijk na het gehoor toegang tot het rapport van het gehoor. Ook krijgt de gemachtigde toegang tot de opname.
De IND geeft de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken om schriftelijk correcties en aanvullingen in te dienen op het rapport van het gehoor. In de versnelde procedure geldt in beginsel een termijn van een week voor het indienen van eventuele correcties en aanvullingen. Voor de vreemdeling in vreemdelingenbewaring geldt in beginsel deze termijn van een dag. Voor de vreemdeling in VRIS geldt eveneens de termijn van een week. Gelet op de (korte) beslistermijnen wordt terughoudend omgegaan met het verlenen van uitstel voor het indienen van correcties en aanvullingen. Gedacht kan worden aan plotselinge ziekte van gemachtigde of vreemdeling of het niet beschikbaar zijn van een tolk.
De IND kan afzien van het bieden van gelegenheid voor het indienen van correcties en aanvullingen. Dat is in ieder geval mogelijk als dit naar het oordeel van de IND geen wezenlijke bijdrage levert aan de zorgvuldigheid van de besluitvorming of dat er anderszins een belang bestaat bij het spoedig kunnen nemen van een besluit op de aanvraag. Bij dat laatste kan worden gedacht aan de situatie dat de asielaanvraag eerst kort voor een voorgenomen uitzetting is ingediend.
In de versnelde procedure kan de IND de termijn van een week voor het indienen van correcties en aanvullingen verkorten wanneer sprake is van overlast. Er is in ieder geval sprake van overlast als de vreemdeling:
andere vreemdelingen lastigvalt of ruzie met hen maakt;
de medewerkers in de vreemdelingenketen lastigvalt, of ruzie met hen maakt;
vanwege een verslavingsprobleem overlast veroorzaakt;
vanwege een psychiatrisch overlast veroorzaakt;
personen of bedrijven lastigvalt of ruzie met hen maakt (waaronder ook het openbaar vervoer).
strafbare feiten pleegt.