Nederlandse wetgeving

Paragraaf B4/4

geldend

Schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van een zeeschip · Arbeid tijdelijk

Vreemdelingencirculaire 2000 (B) · Hoofdstuk B4 · Geldig vanaf 2026-07-01

Bron

4.1 Beleidsregels

De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16c VV aan de vreemdeling die in Nederland wil verblijven om schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van een zeeschip te verrichten. De verblijfsvergunning is gekoppeld aan één specifiek schip, ook als de vergunning wordt verlengd. De verblijfsvergunning voor schepelingendienst wordt alleen verleend aan zeevarenden voor schepelingendienst op schepen die langer dan 90 dagen in de haven liggen. Het aantal zeevarenden mag in beginsel de minimumbemanning voor dat schip niet overschrijden.

4.2 Middelen van bestaan

Gelet op artikel 3.16c, tweede lid, aanhef en onder a, VV moet een zeevarende een bruto inkomen verwerven dat tenminste gelijk is aan de standaardbeloning van een volmatroos, zoals bedoeld in Voorschrift 2.2, Leidraad B2.2.4, van het Maritiem arbeidsverdrag, 2006.

In 2025 was de standaardbeloning van een volmatroos bepaald op USD 690. De zeevarende beschikt derhalve over voldoende middelen van bestaan, als hij een inkomen heeft van tenminste op USD 690 bruto per maand.

4.3 Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

Beperking

Op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16c VV verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van het bij de aanvraag opgegeven zeeschip’.

Arbeidsmarktaantekening

Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, aanhef en onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening in verband met verblijf onder de beperking schepelingendienst: ‘Arbeid niet toegestaan’. De zeevarenden die een verblijfsvergunning krijgen onder de beperking schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van het bij de aanvraag opgegeven zeeschip treden namelijk niet toe tot de Nederlandse arbeidsmarkt.

Geldigheidsduur

Gelet op artikel 3.16c, VV verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van het bij de aanvraag opgegeven zeeschip verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de werkzaamheden, maar voor maximaal 11 maanden. Op grond van dezelfde bepaling wordt de geldigheidsduur van de vergunning niet verlengd na ommekomst van 11 maanden.

4.4 Bewijsmiddelen

Artikel 3.16c, tweede lid, VV bepaalt dat een zeevarende een arbeidsovereenkomst en een monsterboekje moet overleggen bij de aanvraag en omvat de eisen die hieraan worden gesteld.

De IND beschouwt bovengenoemde arbeidsovereenkomst, waaruit blijkt dat de zeevarende in ieder geval een inkomen heeft van USD 690 per maand ook als bewijsmiddel dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb.