Nederlandse wetgeving

Paragraaf B11/2

geldend

Beleidsregels · Bijzonder verblijf

Vreemdelingencirculaire 2000 (B) · Hoofdstuk B11 · Geldig vanaf 2026-07-01

Bron

2.1 Economisch niet-actieve langdurig ingezetene

In aanvulling op artikel 3.29a, aanhef en onder b, Vb accepteert de IND alle middelen van bestaan ongeacht de bron waaruit deze afkomstig zijn (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, et cetera).

2.2 Vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)

Het beleid voor een vreemdeling om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als vermogende vreemdeling is per 17 april 2024 beëindigd. Nieuwe verblijfsaanvragen voor dit verblijfsdoel worden daarom afgewezen. Aanvragen die zijn ingediend voor 17 april 2024 worden nog behandeld conform onderstaande beleidsregels. Verlengingsaanvragen van bestaande verblijfsvergunningen als vermogende vreemdeling blijven ook na 17 april 2024 mogelijk. Voor verlengingsaanvragen wordt verwezen naar de paragrafen B11/5.1 en B11/6.1 Vc.

In aanvulling op artikel 3.29a, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

1.

de vreemdeling investeert een bedrag van minimaal € 1.250.000 in een in Nederland gevestigd(e):

a.

innovatieve onderneming;

b.

contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve onderneming(en);

c.

fonds dat volgens het Ministerie van Economische Zaken past binnen de SEED regeling; of

2.

het te investeren bedrag is gestort op een bankrekening van een Nederlandse bank of een bank van een EU-lidstaat met een vestiging in Nederland die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank;

3.

de investering heeft volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie;

4.

de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) heeft aangegeven dat de vreemdeling niet gekoppeld kan worden aan een verdachte transactie en

5.

niet is gebleken dat de vreemdeling investeert in onroerend goed voor bewoning.

Ad 1 en 3

De RVO adviseert de IND of de investering in een innovatieve onderneming (voorwaarde 1 sub a) of de investering in een contractueel samenwerkingsverband (voorwaarde 1 sub b) een toegevoegde waarde heeft voor de Nederlandse economie.

1.

Een investering door de vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder) in een (innovatieve) onderneming. De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen: De beoogde investering heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie als alle delen van onderdeel A positief worden beoordeeld en ten minste twee van onderdeel B positief worden beoordeeld.

A.

Primaire toets Vereist: J J J, anders volgt negatief advies Algemene criteria voor de investering in een onderneming

B.

Secundaire toets Vereist: minimaal twee keer J anders volgt negatief advies Criteria voor de effecten van de investering

2.

Een investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve ondernemingen. De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen:

•.

Een check of het contractueel samenwerkingsverband staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

•.

Het beoordelen van het contractueel samenwerkingsband en de ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd. Daarbij wordt getoetst volgens het bovenstaand toetsingskader voor investering in een onderneming.

•.

Er wordt beoordeeld naar rato van de inbreng van de vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder).

3.

De investering in een fonds dat volgens het Ministerie van Economische Zaken past binnen de SEED regeling heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie.

Ad 4.

De IND vraagt -ten behoeve van de FIU-toets- de vreemdeling om toestemming om onderzoek te laten verrichten in het buitenland of dat het vermogen waaruit geïnvesteerd wordt een mogelijk criminele herkomst heeft.

De IND wijst de aanvraag om een verblijfsvergunning af als de vreemdeling geen toestemming geeft.

De IND verzoekt de te toetsen of ten aanzien van de vreemdeling verdacht verklaarde transacties bekend zijn.

De IND verstrekt daartoe de volgende gegevens aan de FIU:

•.

persoonsgegevens van de vreemdeling; en

•.

gegevens omtrent het te investeren vermogen.

De IND verleent de verblijfsvergunning niet of trekt deze in als de FIU meldt dat gebleken is dat de vreemdeling betrokken is bij één, of meerdere, als verdacht verklaarde transactie(s). Als de FIU meldt dat geen informatie uit het land van herkomst of het land van bestendig verblijf kan worden verkregen met betrekking tot het vermogen van de vreemdeling, wordt de verblijfsvergunning evenmin verleend.

Ad 5.

De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet of trekt deze in als de vreemdeling investeert in onroerend goed voor bewoning.

Middelen van bestaan

Als de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘vermogende vreemdeling’ neemt de IND aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.

2.3 Het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

Artikel 3.31b Vb geeft de bevoegdheid een verblijfsvergunning te verlenen aan de vreemdeling op wie artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is, als:

•.

diens huwelijk of geregistreerd partnerschap met een hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht na drie jaar is ontwricht of ontbonden;

•.

de vreemdeling op grond van dat huwelijk of geregistreerd partnerschap was toegelaten; en

•.

de vreemdeling één jaar direct voorafgaande aan ontwrichting van het huwelijk of geregistreerd partnerschap rechtmatig verblijf had als bedoeld in artikel 8, onder a, Vw.

De IND verleent de verblijfsvergunning als aan de in artikel 3.31b Vb opgenomen voorwaarden is voldaan.

2.4 Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

De pilot ‘huisvesting Akense niet-EU studenten’ is per 1 april 2021 geëindigd. Nieuwe verblijfsaanvragen op grond van de pilot worden daarom afgewezen. Voor verlengingsaanvragen blijven de onderstaande voorwaarden van overeenkomstige toepassing.

De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb jo artikel 3.16a VV aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

•.

De aanvraag om een verblijfsvergunning is door het voorportaal (de gemeente Kerkrade) namens de vreemdeling conform het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’ ingediend;

•.

De vreemdeling is gekoppeld aan een woning in Kerkrade of Heerlen;

•.

De vreemdeling is (voorlopig) ingeschreven aan de Rheinisch-Westfaelische Technische Hochschule Aachen (de RWTH) in verband met een voltijdse studie; en

•.

De vreemdeling toont aan het begin van elk studiejaar aan zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan.

Procedureel

De IND verstrekt ten behoeve van de pilot jaarlijks maximaal 75 verblijfsvergunningen.

In afwijking op paragraaf B1/3.4.1.2 en conform het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’ machtigt de vreemdeling het voorportaal om:

•.

namens de vreemdeling de verblijfsaanvraag in te dienen;

•.

namens de vreemdeling de leges voor de verblijfsaanvraag te voldoen; en

•.

alle relevante informatie betrekking hebbende op het verblijfsrecht van de vreemdeling te delen met de IND en indien nodig gegevens op te vragen bij de RWTH.

Middelen van bestaan

In aanvulling op paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan als voldoende als de vreemdeling voldoet aan de gehanteerde inkomensnorm die wordt vastgesteld aan het begin van elk kalenderjaar voor de uitwonende student (exclusief collegegeld).

In aanvulling op paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb:

•.

een inkomen (uit een studiebeurs) waarmee de kosten van studie en levensonderhoud worden gefinancierd;

•.

een inkomen uit periodieke betalingen uit sponsorgelden of anderszins; of

•.

een bedrag dat door de vreemdeling op een ten name van het voorportaal gestelde bankrekening in Nederland beschikbaar is gesteld.

Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb beschouwt de IND de middelen van bestaan als duurzaam als deze op het tijdstip waarop de aanvraag regulier voor bepaalde tijd is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar beschikbaar zijn.

2.5 Verblijf conform artikel 3.6ba Vb (ambtshalve toets schrijnende situatie)

Inleiding

Uit artikel 3.6ba Vb volgt dat de IND tot het moment waarop de beslissing op een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onherroepelijk is geworden, ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan verlenen onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen.

Terughoudend gebruik van de bevoegdheid

De IND maakt terughoudend gebruik van deze bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, Vb.

De IND verleent geen vergunning, als het samenstel van omstandigheden te zeer verband houdt met (één van) de in artikel 3.4, eerste lid, Vb genoemde beperkingen.

Geen ambtshalve besluit artikel 3.6ba Vb

De IND neemt geen ambtshalve besluit in de zin van artikel 3.6ba Vb als:

–.

Een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld op grond artikel 4:5 Awb, artikel 24, tweede lid, Vw of artikel 30c Vw;

–.

Op de vreemdeling de Dublinverordening van toepassing is;

–.

Er een ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw of een inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw is of wordt opgelegd; of

–.

de asielaanvraag is afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw of de reguliere aanvraag is afgewezen op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid.

Omstandigheden en beoordeling

De IND verstaat onder bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 3.6ba in ieder geval dat omstandigheden individueel van aard zijn. Tenzij in deze paragraaf anders is bepaald, kent de IND niet op voorhand een bepaald gewicht toe aan omstandigheden. Hoe omstandigheden meewegen in de beoordeling hangt af van het samenstel van aangevoerde omstandigheden.

De IND hanteert geen limitatieve opsomming van te betrekken omstandigheden. Bijzondere en individuele omstandigheden kunnen – onder meer – hun oorzaak vinden in:

•.

(Ernstige) medische problemen (van één of meerdere gezinsleden);

•.

Overlijden in Nederland van een gezinslid;

•.

Gender gerelateerde aspecten met name eerwraak en huiselijk geweld; of

•.

Traumatiserende ervaringen die in Nederland hebben plaatsgevonden.

De IND maakt alleen gebruik van deze bevoegdheid indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die zich in Nederland voordoen.

Bij de beoordeling of sprake is van een samenstel van bijzondere omstandigheden kent de IND een beperkt gewicht toe aan omstandigheden die zijn gerezen tijdens een periode van niet rechtmatig verblijf van de vreemdeling.

Contra-indicaties

Bij de beoordeling worden contra-indicaties in het nadeel van de vreemdeling betrokken. In ieder geval worden de volgende contra-indicaties betrokken:

•.

Gevaar voor de openbare orde;

•.

Identiteitsfraude of twijfel aan de identiteit van de vreemdeling;

•.

Niet rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 Vw.

Advies

Indien de IND dit noodzakelijk acht voor een zorgvuldige beoordeling zal de IND onafhankelijk advies vragen omtrent voor de besluitvorming specifieke relevante aspecten. Dit geldt in het bijzonder wanneer kinderen met een specifieke problematiek bij de procedure zijn betrokken. De IND vraagt geen advies over de (algemene) vraag of sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen zoals bedoeld in artikel 3.6ba Vb.

2.6 Grenswachters van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk

De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16b VV aan de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk voor het uitvoeren van grenscontroles ten behoeve van het rechtstreekse treinverkeer op het traject tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Er mag geen sprake zijn van een geprivilegieerde status.

Middelen van bestaan

De IND neemt aan dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan in de zin van artikel 3.74, eerste lid, Vb, als de vreemdeling:

•.

op grond van een geldige overeenkomst in dienst is bij de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk; en

•.

grenscontroles verricht ten behoeve van het rechtstreekse treinverkeer op het traject tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

2.7 Beoefenaars van een vrij beroep in de zin van het handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk

2.7.1 Algemeen

Op grond van artikelen 140, 143 en bijlage 22 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk (PbEU 2021, L149/11) kan een beoefenaar van een vrij beroep met de Britse nationaliteit die in bepaalde sectoren, als bedoeld in deze handelsovereenkomst, werkzaam is, tijdelijk onder versoepelde voorwaarden voor zijn werk in Nederland toegelaten worden. Dit is nader geregeld in artikel 3.16a VV 2000.

De IND verstaat onder een beoefenaar van een vrij beroep een natuurlijke persoon die onderdaan is van het Verenigd Koninkrijk en als zelfstandige een dienst verleent voor een Nederlandse opdrachtgever op basis van een dienstverleningsovereenkomst, waarvoor hij tijdelijk in Nederland moet zijn.

De houder van een verblijfsvergunning onder de verblijfsbeperking ‘beoefenaar van een vrij beroep in de zin van het toepasselijke Handelsakkoord’ kan niet optreden als referent voor aanvragen om gezinshereniging.

2.7.2 Voorwaarden

De IND verleent een verblijfsvergunning voor de beoefenaar van een vrij beroep als aan de voorwaarden van artikel 3.16a VV 2000 is voldaan. Hiervoor vraagt de IND advies aan het UWV, dat vervolgens toetst of aan de voorwaarden van artikel 8.3.b.11 van Bijlage I van de RuWav is voldaan.

2.7.3 Middelen van bestaan

Conform artikel 3.16a, derde lid, VV dient de beoefenaar van een vrij beroep voldoende middelen van bestaan te verwerven die tenminste gelijk zijn aan het wettelijk minimumloon als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, van het Vb. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beoordeelt of hieraan wordt voldaan.

2.7.4 Bewijsmiddelen

De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV:

•.

een omschrijving van de dienstverlening waaruit taken/verantwoordelijkheden en vereist kwalificatieniveau (HBO- of universitair) moeten blijken;

•.

een kopie van diploma’s of getuigschriften van een universiteit of een hoger beroepsonderwijs opleiding of een ander bewijs zoals een opdrachtgeversverklaring waarmee wordt aangetoond dat over een gelijkwaardig kennisniveau wordt beschikt en wordt voldaan aan de voor het uitoefenen van de betreffende activiteit in Nederland bestaande beroepseisen;

•.

een curriculum vitae waaruit blijkt dat wordt beschikt over minimaal 6 jaar beroepservaring in de activiteit waarop de dienstverleningsovereenkomst betrekking heeft;

•.

een bewijs van inschrijving van de onderneming in het Verenigd Koninkrijk;

•.

een verklaring van de opdrachtgever waarin wordt aangegeven onder welke sector als genoemd in Bijlage 22 van de handels-en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk de overeengekomen dienstverlening valt; en

•.

een kopie of samenvatting van de geldige dienstverleningsovereenkomst voor het verlenen van diensten met de opdrachtgever in Nederland (niet zijnde een agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening).