Nederlandse wetgeving

Artikel 22

geldend

Procedure van uitlevering · Behandeling van het verzoek tot uitlevering

Uitleveringswet · Hoofdstuk III · Afdeling B · Geldig vanaf 1967-04-03

Bron
1.

Wanneer de opgeëiste persoon, op de dag waarop de officier van justitie het verzoek tot uitlevering ontvangt, reeds krachtens artikel 14, onderscheidenlijk artikel 15 in verzekering of in bewaring is gesteld, kan de vrijheidsbeneming - met afwijking van artikel 14, derde en vierde lid, onderscheidenlijk artikel 16, aanhef en onder c - op bevel van de officier van justitie worden voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist.

2.

Van zijn in het vorige lid bedoelde bevel geeft de officier van justitie onverwijld kennis aan de rechter-commissaris die de bewaring krachtens artikel 15 heeft bevolen.