Nederlandse wetgeving

Artikel 3

geldend

Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht

Successiewet 1956 · Hoofdstuk I · Geldig vanaf 2010-01-01

Bron
1.

Een Nederlander die in Nederland heeft gewoond en binnen tien jaren nadat hij Nederland metterwoon heeft verlaten, is overleden of een schenking heeft gedaan, wordt geacht ten tijde van zijn overlijden of van het doen van de schenking in Nederland te hebben gewoond.

2.

Onverminderd het in het eerste lid bepaalde wordt ieder die in Nederland heeft gewoond en binnen een jaar nadat hij Nederland metterwoon heeft verlaten een schenking heeft gedaan, geacht ten tijde van het doen van de schenking in Nederland te hebben gewoond.