Nederlandse wetgeving

Hoofdstuk IV

geldend

Aangifte, aanslag en conserverende aanslag

Successiewet 1956 (Successiewet 1956) · Artikelen: 13

36 Artikel 36

De belasting wordt geheven van de verkrijger.

gecontroleerd
37 Artikel 37

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

gecontroleerd
38 Artikel 38

De erfgenaam die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, is gehouden mede aangifte te doen van de gegevens welke van belang kunnen zijn voor de…

gecontroleerd
39 Artikel 39

Indien meer verkrijgers gehouden zijn aangifte te doen ter zake van dezelfde nalatenschap, kunnen zij gezamenlijk aangifte doen.

gecontroleerd
40 Artikel 40

De inspecteur kan de schenker die naar zijn mening vermoedelijk een belastbare schenking heeft gedaan, uitnodigen tot het doen van aangifte.

gecontroleerd
41 Artikel 41 vervallen
42 Artikel 42

Indien na te noemen verplichtingen niet reeds op een ander rusten, is degene, die door de verwerping, afstand of niet aanvaarding van rechten…

gecontroleerd
43 Artikel 43

In iedere aangifte wordt één woonplaats gekozen in Nederland. De stukken betreffende de heffing van de belasting kunnen worden gezonden hetzij aan de…

gecontroleerd
44 Artikel 44 vervallen
45 Artikel 45

De inspecteur stelt de termijn voor het doen van aangifte voor de erfbelasting zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan twintig maanden na…

gecontroleerd
46 Artikel 46

De inspecteur stelt de termijn voor het doen van aangifte voor de schenkbelasting zodanig vast, dat deze niet eerder verstrijkt dan twee maanden na…

gecontroleerd
47 Artikel 47

Ingeval sprake is van meer dan één verkrijger van dezelfde erflater of krachtens een gezamenlijke schenking, kunnen de ter zake vastgestelde…

gecontroleerd
48 Artikel 48 vervallen