Nederlandse wetgeving

Artikel 18

geldend

Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht

Successiewet 1956 · Hoofdstuk I · Geldig vanaf 1956-08-01

Bron
1.

Onder vruchtgebruik worden, voor de toepassing van deze wet, mede verstaan vruchtgenot, gebruik en bewoning, vruchten en inkomsten, jaarlijkse opbrengst en soortgelijke uitkeringen uit daartoe aangewezen goederen.

2.

Onder periodieke uitkering wordt, voor de toepassing van deze wet, behalve de uitkering in geld, mede verstaan elke andere, voortdurende, of op vastgestelde tijdstippen terugkerende, prestatie.