Nederlandse wetgeving

Artikel 7

geldend

Verlening van het Nederlanderschap

Rijkswet op het Nederlanderschap · Hoofdstuk 4 · Geldig vanaf 2010-10-10

Bron
1.

Met inachtneming van de bepalingen van dit Hoofdstuk verlenen Wij op voordracht van Onze Minister het Nederlanderschap aan vreemdelingen die daarom verzoeken.

2.

Ten aanzien van hen die hun hoofdverblijf hebben in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, adviseert Onze Minister van Justitie van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten, omtrent het verzoek.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-07-08 · ECLI:NL:RVS:2026:3978

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt dat hij de Iraakse nationaliteit heeft. Hij had eerst een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarna heeft hij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid gekregen en vervolgens een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. [appellant] draagt samen met zijn vrouw de zorg voor hun drie kinderen, waarvan er twee meervoudig gehandicapt zijn. In het bijzonder de oudste dochter van [appellant] heeft door haar beperkingen veel intensieve zorg nodig. [appellant] heeft ter onderbouwing van het naturalisatieverzoek een onvertaalde gelegaliseerde geboorteakte overgelegd. Ook heeft hij een Iraakse huwelijksakte, een bevestiging van het huwelijk, een woonverklaring, een ‘Copy of Entry 1957’ van zijn echtgenote en meerdere onvertaalde documenten overgelegd. Het naturalisatieverzoek is afgewezen, omdat [appellant] zijn nationaliteit niet heeft aangetoond. [appellant] heeft namelijk geen geldig paspoort overgelegd. Hierdoor voldoet [appellant] niet aan de documenteis voor de verkrijging van het Nederlanderschap.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-04-22 · ECLI:NL:RVS:2026:2274

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek) afgewezen. [appellant] stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben. Hij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland en heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (Ranov). Op 1 februari 2021 heeft [appellant] het verzoek ingediend. Ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft [appellant] een aantal documenten overgelegd. Daarnaast heeft de minister in deze naturalisatieprocedure enkele documenten uit het vreemdelingendossier van [appellant] betrokken.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-04-22 · ECLI:NL:RVS:2026:2280

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het naturalisatieverzoek), afgewezen. [appellant] stelt dat hij uit Sierra Leone komt. Vanaf 1 juni 2001 had hij een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met ingang van 15 juni 2007 had [appellant] een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (Ranov). [appellant] heeft eerder, op 27 oktober 2017, een naturalisatieverzoek ingediend. Dit naturalisatieverzoek heeft de minister afgewezen, omdat hij twijfel had over de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De reden voor deze twijfel was dat [appellant] geen gelegaliseerde geboorteakte en buitenlands reisdocument had overgelegd. Daarnaast volgt uit een taalanalyse van 9 augustus 2019 (de taalanalyse) uitgevoerd door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) dat [appellant] eenduidig te herleiden is tot de taalgemeenschap in Guinee en dus niet tot de taalgemeenschap in Sierra Leone. Het hoger beroep van [appellant] in die procedure heeft de Afdeling met de uitspraak van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566, ongegrond verklaard.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-12-24 · ECLI:NL:RVS:2025:6315

Bij besluit van 5 december 2022 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek) afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Soedan en op dertienjarige leeftijd te zijn verhuisd naar Eritrea. Vanuit Eritrea is hij naar Nederland gevlucht. Hij heeft een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Niet in geschil is dat [appellant] bij de indiening van het verzoek een Eritrese identiteitskaart, maar niet een gelegaliseerde geboorteakte heeft overgelegd. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat de identiteit van [appellant] niet met zekerheid is vast te stellen. [appellant] had volgens de staatssecretaris een gelegaliseerde geboorteakte uit Soedan moeten overleggen, maar heeft dat niet gedaan. Hij heeft bovendien volgens de staatssecretaris niet aangetoond dat hij in bewijsnood verkeert. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de staatssecretaris ten onrechte van hem verlangt dat hij een geboorteakte overlegt en dat de staatssecretaris zich daarbij ten onrechte onverkort beroept op paragraaf 3.5.2 van het beleid voor artikel 7 van de RWN zoals hiervoor onder 2 weergegeven.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-09-03 · ECLI:NL:RVS:2025:4214

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de Pakistaanse nationaliteit en verblijft sinds 1993 op grond van een verblijfsvergunning in Nederland. De staatssecretaris heeft het verzoek op grond van artikel 7 van de Rijkswet op het Nederlanderschap in samenhang met paragraaf 3.5.1 van het beleid voor die bepaling in de Handleiding RWN, afgewezen. Volgens de staatssecretaris bestaat twijfel over de identiteit van [appellant]. Deze twijfel berust op een op 17 oktober 2008 door het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgevoerd verificatieonderzoek naar de geboorteakte van [appellant]. Dit onderzoek is verricht naar aanleiding van een eerder verzoek van [appellant] om naturalisatie, waarop de staatssecretaris afwijzend heeft beslist.

Uitspraak op rechtspraak.nl