Artikel 2
geldendAlgemene bepalingen
Tenzij de wet anders bepaalt, hebben de verkrijging en het verlies van het Nederlanderschap geen terugwerkende kracht.
Behoudens in de bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen gevallen worden verklaringen en verzoeken in persoon afgelegd en ingediend.
Tenzij anders bepaald, worden verklaringen en verzoeken van minderjarigen door hun wettelijke vertegenwoordigers afgelegd en ingediend.
Het kind, mits het de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, en zijn wettelijke vertegenwoordiger worden op hun verzoek in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen omtrent de verkrijging of medeverkrijging, of verlening of medeverlening van het Nederlanderschap. Indien de vertegenwoordiging van het kind van rechtswege is opgedragen aan één der ouders kan de andere ouder eenzelfde verzoek doen. Indien het kind dat de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt bedenkingen heeft tegen de verkrijging of medeverkrijging, of tegen de verlening of medeverlening, of indien zowel het kind als zijn wettelijk vertegenwoordiger of de in dit lid bedoelde andere ouder bedenkingen hebben tegen de medeverkrijging of medeverlening, deelt het kind daarin niet.
De verklaring van verbondenheid wordt door minderjarigen van zestien jaar en ouder zelfstandig afgelegd. Tenzij anders bepaald kunnen zij daarin niet worden vertegenwoordigd.
Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.
Bij besluit van 2 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem en zijn drie minderjarige kinderen het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Nigeria en geboren te zijn op [geboortedatum] 1973. Hij heeft sinds 24 juni 2013 verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland. Zijn kinderen, die allen in Nederland zijn geboren, hebben de Slowaakse nationaliteit en zijn ook gemeenschapsonderdanen. [appellant] heeft op 2 februari 2021 het verzoek ingediend. [appellant] heeft zijn identiteit en nationaliteit onderbouwd met een Nigeriaans paspoort en een geboortebewijs. De staatssecretaris heeft [appellant] verzocht om deze documenten aan het Team Onderzoek en Expertise Documenten te overleggen en daarbij ook de ‘statutory declaration of age’ of ‘affidavit of age declaration’ te overleggen die ten grondslag ligt aan het geboortebewijs. TOED heeft onderzoek gedaan naar het paspoort en het geboortebewijs.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. Bij besluit van 9 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit de Democratische Republiek Congo en geboren te zijn op [geboortedatum] 1988. Zij is sinds 2012 in Nederland. De staatssecretaris heeft haar met ingang van 26 juni 2012 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. [appellante] heeft op 23 november 2020 het verzoek ingediend. Op dat moment beschikte zij over een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Ter onderbouwing van haar identiteit en nationaliteit heeft zij een Congolees paspoort overgelegd dat is afgegeven op 11 februari 2014. Bureau Documenten heeft het onderzocht en in een verklaring van onderzoek van 18 april 2014 geconcludeerd dat het echt is.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 2 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum] 1975. Hij is sinds 1998 in Nederland. De staatssecretaris heeft hem per 1 juni 2001 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldig tot 1 juni 2004. Bij besluit van 27 november 2006 heeft de staatssecretaris de aanvraag van [appellant] voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen. [appellant] is met ingang van 15 juni 2007 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude vreemdelingenwet. [appellant] heeft op 19 februari 2020 het verzoek ingediend. Op dat moment beschikte hij over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet tijdelijke humanitaire gronden’, geldig tot 15 juni 2023. Ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij een geboorteakte overgelegd die is afgegeven in 2017 en gelegaliseerd op 21 juli 2019. Daarnaast heeft hij een Sierra Leoons biometrisch paspoort overgelegd.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 3 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek) afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum] 1983. Hij is sinds 1999 in Nederland en aan hem is met ingang van 15 juni 2007 een verblijfsvergunning verleend in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. [appellant] heeft ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit bij het verzoek een gelegaliseerde geboorteakte overgelegd, die is afgegeven en gelegaliseerd in 2017. Hij heeft daarnaast een Sierra Leoons biometrisch paspoort overgelegd dat is afgegeven op 14 februari 2019 en geldig is tot 14 februari 2024. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij ernstig twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris heeft deze twijfel gebaseerd op een leeftijdsonderzoek dat in een eerdere door [appellant] gevoerde asielprocedure heeft plaatsgevonden.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 10 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum] 1984. Hij is sinds 2001 in Nederland. De staatssecretaris heeft hem bij besluit van 5 september 2002 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig tot 4 januari 2005. Op 8 maart 2007 heeft de staatssecretaris de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen. [appellant] is daarna met ingang van 9 juli 2013 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf als familie- of gezinslid bij zijn partner. [appellant] heeft op 5 november 2019 het verzoek ingediend. Ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij een geboorteakte overgelegd die is afgegeven en gelegaliseerd in 2016. Daarnaast heeft hij een Sierra Leoons biometrisch paspoort overgelegd dat is afgegeven op 9 mei 2016 en geldig is tot 9 mei 2021. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij ernstig twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant].
Uitspraak op rechtspraak.nl